Q1
© Wim van den Dungen
Antwerp, 1993 -
2008.
Q1
(ca.50 nc)
(*) de rubrieknamen zijn van de hand van de vertaler
Dit zijn de Woorden van Jezus.
Hij zag de menigte en sprak :
de gelukkigen*
"Gelukkig jullie armen, want het Koninkrijk van Elohîm is van jullie.
Gelukkig die nu honger hebben, want je zult verzadigd worden. Gelukkig die nu wenen, want
je zult lachen."
doe goed
"Maar aan jullie die horen, zeg ik : heb je vijanden lief, doe goed aan hen die je
haten,
zegen hen die je vervloeken, bid voor hen die je beschimpen.
Bied hem die je op de wang slaat ook de andere aan ; en aan wie je mantel wegneemt, weiger
hem ook het kleed niet.
Geef aan ieder die je vraagt, en vraag niets van wie het jouwe wegneemt.
Behandel de mensen zoals jullie zélf behandeld willen worden.
Als je liefhebt die jou liefhebben, welk soort dank is dan je deel ? Ook de zondaars
immers hebben lief die hen liefhebben.
Als je goed doet aan wie jou goed doet, welk soort dank is dan je deel ? De zondaars doen
hetzelfde.
En als je leent aan hen van wie je hoopt terug te krijgen, welk soort dank is dan je deel
? Ook zondaars lenen aan zondaars om evenveel terug te krijgen.
Integendeel, heb je vijanden lief, doe goed en leen zonder er iets voor terug te hopen ;
je loon zal groot zijn, en jullie zullen zonen van de Allerhoogste zijn, die goed is voor
ondankbaren en misdadigers."
het oordelen
"Wees barmhartig zoals ook je Vader barmhartig is.
Oordeel niet, en jullie zullen niet geoordeeld worden ;
met de maat immers waarmee je oordeelt zal ook jij geoordeeld worden."
een gelijkenis
Hij gaf hun een gelijkenis :
"Kan een blinde wel een blinde gidsen ? Zullen beiden niet in een kuil vallen ?
Een leerling is niet boven de leraar, maar iedere volleerde zal wel zoals zijn leraar
zijn."
over hypocrisie
"Wat kijk je echter naar de splinter in het oog van je broeder, als je op de balk in
je eigen oog niet let ?
Hoe kun je aan je broeder zeggen : 'Broeder, sta toe dat ik de splinter uit je oog haal',
terwijl je zelf naar de balk in je eigen oog niet kijkt ? Huichelaar ! Haal eerst de balk
uit je eigen oog, en dan zal je scherp kunnen kijken om de splinter uit het oog van je
broeder te halen."
goede & kwade vruchten
"Er is toch geen goede boom die zieke vruchten voortbrengt, en evenmin een zieke boom
die goede vruchten voortbrengt.
Iedere boom immers wordt aan de eigen vrucht gekend ; van doornstruiken immers pluk je
geen vijgen en van een braamstronk oogst je geen druif.
De goede mens haalt uit de goede schat van het hart het goede te voorschijn, en de boze
mens haalt uit het boze het kwade te voorschijn. Ja, de mond spreekt waar het hart van vol
is !"
horen én doen
"Jullie noemen mij : 'Heer, Heer', en je doet niet wat ik zeg ?
Ieder die tot mij komt en mijn woorden hoort én doet, ik zal je tonen aan wie hij gelijk
is.
Hij is als een mens die een huis bouwde, het fundament groef en uitdiepte en het huis op
de rots zette. En toen er een overstroming was, brak de stroom tegen dat huis, maar die
slaagde er niet in het te doen wankelen omdat het goed gebouwd was.
Hij echter die gehoord heeft en het niet doet, is als iemand die een huis gebouwd had op
de grond, zonder fundament en waartegen de stroom brak ;
en terstond viel het ineen en de verwoesting van dat huis was groot."
de goede keuze
En terwijl zij langs de weg gingen, zei iemand tegen hem :
"Ik zal U volgen waar U ook heengaat."
Jezus zei hem :
"De vossen hebben holen en de vogels in de lucht nesten, de Mensenzoon echter heeft
niets waarop hij het hoofd kan neerleggen."
Hij zei nu tegen een andere :
"Volg mij." Die echter zei : "Sta me toe om heen te gaan en eerst mijn
vader te begraven."
Hij zei hem : "Laat de doden hun eigen doden begraven, jij nu, ga heen en verkondig
overal het Koninkrijk van Elohîm."
Nog een andere : "Ik zal U volgen, Heer. Sta me echter eerst toe om afscheid te nemen
van mijn huisgenoten."
Jezus zei : "Niemand die de hand aan de ploeg slaat en naar de dingen achter hem
kijkt, is geschikt voor het Rijk van Elohîm."
zending, zegen & vaarwel
Hij zei : "De oogst is groot, maar de arbeiders gering ; smeek dus de Heer van de
oogst dat Hij er arbeiders naar uitzendt.
Ga heen : ik zend jullie als lammeren te midden van wolven.
Draag geen geldbeurs, reiszak, schoeisel, en groet niemand langs de weg.
Als je een huis binnengaat, zeg eerst : 'Vrede aan dit huis.'
En als daar een zoon van vrede is, zal je vrede erop rusten ; zoniet, zal hij op je
terugkeren.
Blijf nu in dat huis, etend en drinkend wat bij hen is ; de arbeider immers is zijn loon
waard. Trek niet van het ene huis naar het andere.
En in welke stad je ook binnengaat, en ze ontvangen je, eet wat je wordt voorgezet,
en genees de zieken erin en zeg hun : 'Het Koninkrijk van Elohîm is over u gekomen !'
Als je echter een stad binnengaat, en ze ontvangen je niet, ga weg naar haar pleinen en
zeg :
'Zelfs het stof uit jullie stad dat aan onze voeten kleeft, wissen we tegen je af ; maar
dit moet je weten : het Koninkrijk van Elohîm is over u gekomen !'"
het gebed tot de Vader
Nu zei hij hun : "Wanneer jullie bidden, zeg dan :
'Vader,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Heerschappij kome.
Geef ons het brood voor later.
(variant : "Geef ons altijd ons brood.")
Vergeef ons onze zonden.
Immers, ook zelf vergeven we
ieder die ons iets schuldig is.
Leid ons weg van bekoring'."
de voorzienigheid
"Vraag en jullie zal gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal worden
opengedaan.
Ieder immers die vraagt krijgt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal opengedaan
worden.
Of is er wél iemand onder jullie die, als zijn zoon hem brood vraagt, hem een steen zal
aanreiken ?
Of als hij vis vraagt, een slang ?
Als jullie dus, boos als jullie zijn, goede gaven weten te geven aan jullie kinderen,
hoeveel te meer zal jullie hemelse Vader goede dingen geven aan wie hem erom vragen
?"
over openheid
"Niets echter is helemaal bedekt dat niet ontdekt zal worden en verborgen dat niet
bekend zal worden.
Al wat jullie in de duisternis gezegd hebben, zal in het licht gehoord worden ; en wat je
in het oor gesproken hebt, zal op de daken verkondigd worden."
tegen de vrees
"Ik zeg je nu, mijn vrienden, vrees niet voor diegenen die het lichaam doden en
daarna niets méér te doen hebben.
Worden vijf mussen niet verkocht voor wat kleingeld ? Toch vergeet Elohîm niet één van
hen.
Ja, zelfs de haren op jullie hoofd zijn allemaal geteld. Vrees niet : je bent méér waard
dan veel mussen samen."
tegen de hebzucht
Iemand nu uit de volksmenigte zei hem : "Meester, zeg aan mijn broeder dat hij de
erfenis met mij verdeelt."
Hij echter zei hem : "Mens, wie heeft mij aangesteld als rechter of verdeler over
jullie ?"
Hij zei tegen hen : "Zie en hoed jullie voor alle hebzucht want ook als iemand
overvloed heeft, is zijn leven niet afhankelijk van zijn bezittingen."
Hij sprak nu deze gelijkenis tot hen : "Van een zeker rijk mens had het land goed
opgebracht.
En hij overlegde bij zichzelf, zeggende : 'Wat zal ik doen, want ik heb niets waarin ik
mijn vruchten kan verzamelen ?'
En hij zei : 'Dit zal ik doen, ik zal mijn schuren neerhalen en grotere bouwen en daar zal
ik al mijn tarwe en mijn goederen in verzamelen ;
en dan zal ik tegen mezelf zeggen : jij, je hebt veel goederen voor vele jaren ; rust,
eet, drink, wees vrolijk.'
Elohîm echter zei hem : 'Onverstandige, vannacht nog wordt je ziel opgeëist. Wat je
bereid hebt, voor wie zal dat zijn ?'
Zo vergaat het diegene die schatten ophoopt voor zichzelf en niet rijk is voor
Elohîm."
het Goddelijk leven
Hij zei tegen de leerlingen :
"Daarom zeg ik jullie : maak je geen zorgen om het leven, wat je zult eten, noch om
het li- chaam waarmee je het zult kleden.
Het leven is immers meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding.
Let op de raven : ze zaaien of maaien niet, hun behoort bergplaats noch schuur, en Elohîm
voedt ze. Hoeveel meer zijn jullie waard dan de vogels.
Wie van jullie echter kan door zich zorgen te maken iets aan zijn levensduur toevoegen ?
Als je dus zelfs het kleinste niet kunt, wat maak je je zorgen omtrent het overige ?
Let op de lelies hoe ze groeien : ze zwoegen noch spinnen.
Toch zeg ik jullie, zelfs Salomon in al zijn heerlijkheid kleedde zich niet als één van
hen.
Als Elohîm nu het gras op het veld dat er vandaag is en morgen in een oven geworpen wordt
zó bekleedt, hoeveel te meer dan jullie, kleingelovigen.
En jullie, zoek niet wat je zult eten en wat je zult drinken en laat je niet verontrusten.
Dat alles streven de heidenen van de wereld na. Je Vader echter weet dat je dat nodig
hebt.
Maar zoek zijn Koninkrijk, en dit zal je toegevoegd worden.
Vrees niet, kleine kudde, want het heeft jullie Vader behaagd jullie het Koninkrijk te
schenken."
de eeuwige schat
"Verkoop jullie bezittingen en geef een aalmoes ; maak voor jezelf beurzen die niet
verouderen, een onuitputtelijke schat in de hemelen, waar een dief niet nadert en een mot
niets kapot maakt.
Waar immers jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn."
nog gelijkenissen
Hij zei dan : "Waaraan is het Koninkrijk van Elohîm gelijk en waarmee zal
ik het vergelijken ?
Met een mosterdzaad, dat een mens nam en in zijn tuin wierp en het groeide op en werd tot
een boom en de vogels in de lucht nestelden in zijn takken."
Weer zei hij : "Waarmee het Koninkrijk vergelijken ?
Het is gelijk aan zuurdesem, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het
geheel gezuurd was."
gulden regel
"Want ieder die zichzelf verheft zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal
verheven worden."
over het gastmaal
"Een zeker mens richtte een grote maaltijd in en hij nodigde er velen op uit.
En hij zond zijn dienaar op het uur van de maaltijd om aan de genodigden te zeggen : 'Kom,
want het is al bereid'.
En opeens begonnen allen zich te verontschuldigen. De eerste zei hem : 'Ik heb een akker
gekocht en dringend moet ik er naar gaan kijken ; ik vraag u mij te verontschuldigen.'
Een ander zei : 'Ik heb vijf koppels runderen gekocht en ik ga ze keuren ; ik vraag u mij
te verontschuldigen.'
En een ander zei : 'Ik heb een vrouw gehuwd en daarom kan ik niet komen.'
En toen de dienaar thuiskwam, boodschapte hij zijn heer deze dingen.
Dan werd de huisheer toornig, en zei aan zijn dienaar : 'Ga vlug uit naar de pleinen en
straten van de stad, en breng de armen, gebrekkigen, blinden en kreupelen hier binnen.'
En de dienaar zei : 'Heer, wat u geboden hebt, is gebeurd, en nóg is er plaats.'
En de heer zei tegen de dienaar : 'Ga uit naar de wegen en heggen en dwing hen binnen te
gaan, opdat mijn huis vol wordt.
Ik zeg je dat niemand van de mannen die genodigd waren van mijn maaltijd zal
proeven.'"
het discipelschap
"Als iemand tot mij komt en zijn eigen vader en moeder niet haat, en vrouw en
kinderen, en broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, kan hij mijn leerling niet
zijn.
Al wie zijn eigen kruis niet draagt en achter mij aan loopt, kan mijn leerling niet zijn.
Wie zijn leven voor zich zoekt te behouden, zal het verliezen ; wie echter zijn leven
verliest, zal het in leven houden."
waarschuwing
"Het zout is goed ; als echter ook het zout zijn smaak verliest, waarmee het zout dan
kruiden ?
Voor land noch mesthoop is het bruikbaar : men gooit het buiten.
Wie oren heeft om te horen, hij luistere !"
Opmerking bij deze vertaling :
Mogen nà ca. 80.000 monografieën over 'de christus', de woorden van Jezus onderzocht
worden, vrij van dogmatiek & fundamentalisme ?
Belangrijk was het "synoptisch probleem", heden opgelost. De evangeliën van Marcus (ca.70), Mattheüs (ca.80) & Lucas (ca.95) -geschreven in het koinè-Grieks- stemmen
zo overeen dat ze parallel afgedrukt kunnen worden ('synopsis' = 'samengesteld overzicht'
- Griesbach, 1776). Reeds in de tweede eeuw bestond er verzet tegen de tekst van (de)
Johannes(sen) (school tussen ca.100/170) omwille van allerlei conflicten tussen zijn (hun)
evangelisch verhaal en dat der synoptici. Ook omwille van de "gnostische
inslag" van Johannes werd zijn werk het in de tweede eeuw (toen het
Christelijk gnosticisme welig tierde) niet gunstig ontvangen.
De hedendaagse bijbelstudie (die deze teksten als literaire producten inschat) vraagt zich
o.m. af hoe verwantschappen & verschillen tussen de synoptici in multidisciplinair
perspectief (geschiedenis, filologie, sociologie, economie, filosofie & theologie)
begrepen kunnen worden. Een delikate kwestie.
Toch drie belangrijke vaststellingen :
(1) De 'oerevangelist' Marcus diende als model voor de redacties van Mattheüs & Lucas
(Wilke, 1838). De opeenvolging van het evangelie van Marcus werd later door Mattheüs
& Lucas overgenomen. Op hun beurt voegden dezen hun eigen materiaal (het 'Sondergut')
eraan toe.
(2) Naast de orde van Marcus putten Mattheüs & Lucas onafhankelijk van elkaar uit de
Woorden van Jezus of 'Q' ('Quelle' = 'bron' - Weisse, 1838, Holtzmann, 1863).
Marcus gebruikte Q niet.
(3) De redactie van deze 'logoi sophôn' (wijsheidswoorden - Robinson, 1964) gebeurde in
stadia, Q1, Q2, Q3 ; Q1 was daarbij de oudste laag
(Kloppenborg, 1988 & Mack, 1988, 1993).
Q1 is de kern van de evangeliën, "the first attempts at spelling out an
ethic" (Mack, 1993). Zowel Mattheüs als Lucas hebben uit Q gekozen. Meerdere
verzen van Q1 komen met tekstmateriaal uit het Evangelie van Thomas (ca.50 n.Chr.)
overeen.
Elders onderzoek ik de relaties tussen deze Woorden, de teksten van de evangelisten &
de recente vondsten te Qumrân & Nag Hammadi.
In Q1 geen heilige maaltijd, kerkinstelling of christus-messianisme. Over offer
& verrijzenis slechts de verzen Q1 94 & Q1 95 ! Is deze 'chrèstos'
(goede) Iesus herkenbaar in de gezalfde ('christos', 'christus') van Zijn volgelingen ?
De lezer vond de Nederlandse tekst van Q1, de oudste laag van Q. Bij het
vertalen maakte ik o.m. dankbaar gebruik van de Griekse & Latijnse grondtekst van de
Bijbel van Nestle-Aland (1979), de Franse vertaling van de Bijbel door Chouraqui (1989),
de Griekse versie van Q door Kloppenborg (1988), de Engelse vertaling van Q
door Mack (1993) en de Nederlandse vertaling van Q door Catherine (1996). De
vertaling is eenvoudig en streeft naar helderheid. De 21 rubrieknamen zijn van de hand van
de vertaler.
Q1 Q bij Kloppenborg verzen & clusters ref.Lucas (L) Q1 & 2 S08 - L 6:20-21 Q3 - 11 S09 - L 6:27-35 Q12 - 14 S10 - L 6:36-38 (Mt 7:1-2) Q15 & 16 S11 - L 6:39-40 Q17 & 18 S12 - L 6:41-42 Q19 - 21 S13 - L 6:43-45 Q22 - 25 S14 - L 6:46-49 Q26 - 31 S21 - L 9:57-62 Q32 - 41 S22 - L 10:2-11 Q42 - 44 S27 - L 11:2-4 Q45 - 49 S28 - L 11:9-11 Q50 & 51 S35 - L 12:2-3 Q52 - 54 S36 - L 12:4,12:6-7 Q55 - 63 S40 - L 12:13-21 Q64 - 74 S41 - L 12:22-31 Q75 & 76 S42 - L 12:33-34 Q77 - 80 S49 - L 13:18-21 Q81 S54 - L 14:11 Q82 -90 S55 - L 14:16-22 Q91 - 93 S56 - L 14:26-27,17:33 Q94 & 96 S57 - L 14:34-35
Enkele Boeken :
Catherine, L. : De Gelaagde Religie, Hadewijch - Baarn, 1996.
Chouraqui, A. : La Bible, Desclée de Brouwer - Paris, 1989.
Denaux, A. & Vervenne, M. : Synopsis, Brepols - Turnhout, 1986.
De Bijbel, Willibrord Vertaling, 1981, 1992.
The Holy Bible, Cambridge University Press - Cambridge, 1986.
Kloppenborg, J. : The Formation of Q : Trajectories in Ancient Wisdom Collections,
Fortress Press - Philadelphia, 1987.
Kloppenborg, J. : Q Parallels : Synopsis, Critical Notes and Concordance,
Polebridge - CA, 1988.
Mack, B.L. : The Lost Gospel : the Book of Q and Christian Origins, Element -
Queensland, 1993.
Nestle-Aland : Novum Testamentum Græce et Latine, Deutsche Bibelgesellschaft -
Stuttgart, 1979.
Robinson, J.M : "Logoi Sophon : Zur Gattung der Spruchquelle Q" , in : Dinkler,
E. (edit) : Zeit und Geschichte, Festschrift R.Bultmann, Tübingen, 1964, pp.77 -
96.
initiated : 1993 - last update : 25 XI 2005 - version n°1