home page of sofiatopia.org search the entire website of sofiatopia.org all books and articles of the EQUIAEON-system* siteplan of the website of sofiatopia.org home page of alephnil.org sitemenu of the website of sofiatopia.org

Sepher Yetzirah

©  Wim van den Dungen
Antwerp, 1993 - 2008.

The Text of the First Chapter of "Sepher Yetzirah"
Preface
Introduction
Text with Comments
Short Bibliography


SEPHER YETZIRAH

Vertaling van & commentaar op het eerste hoofdstuk uit het Boek der Schepping

Opgedragen aan A.C.

"Ayin :
De Heer slaat de rechtvaardigen gade,
zijn oor vangt hun hulpgeroep op."

Psalmen, XXXIV

"Zo spreekt Abba Eleazar : 'Voorwaar, we hebben geleerd dat daar waar de Heilige verwijlt -ondanks diens associatie met een registrerende daad- zegeningen nooit zullen stoppen.'"

Zohar ; P'QUDé (Exodus), 225a-225b, eigen cursief


De Tekst

1:1

Met 32 mystieke paden der Wijsheid
graveerde (Hij) Yah,
de Heer der Heerscharen
de God van Israël 
de levende God
Koning der Kosmos
El Shaddai
Genadig en Welwillend
Verheven en Groot
Verblijvend in de eeuwigheid
Wiens naam Heilig is -
Hij is nobel & heilig
En Hij schiep Zijn Kosmos
met drie boeken,
met tekst
met getal
& met sippur.

1:2

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
en 22 Fundamentele Letters :
Drie Moeders,
Zeven Dubbele
en Twaalf Elementalen.

1:3

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
in het getal van tien vingers
vijf tegenover vijf
met een éénmakend convenant
precies in het midden
in de circumcisie van de tong
en in de circumcisie van de fallus.

1:4

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
tien en geen negen
tien en geen elf
Begrijp met Wijsheid
Wees wijs met Begrip
Onderzoek met hen
en peil vanuit hen
Plaats elk ding op diens wezen
En laat de Vormer op Zijn Fundament zitten.

1:5

Tien Onuitspreekbare Sephiroth :
Hun maat is tien
die geen einde hebben
Een diepte in het begin
Een diepte aan het einde
Een diepte van goedheid
Een diepte van slechtheid
Een diepte bovenaan
Een diepte onderaan
Een diepte oostwaarts
Een diepte westwaarts
Een diepte noordwaarts
Een diepte zuidwaarts
De ene Meester
God getrouwe Koning
heerst over allen hier
vanuit Zijn heilige verblijfplaats
tot in de eeuwigheid der eeuwigheden.

1:6

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
Hun visioen is als 'bliksemschichten'
Hun grens is eindeloos
En in hen gaat Zijn Woord 'heen en terug'
Zij vervoegen plots als een orkaan Zijn spreken
En voor Zijn troon werpen zij zichzelf ter aarde.

1:7

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
Hun einde is in hun begin ingebed
en hun begin in hun einde
zoals een vlam in brandende kolen
Want de Meester is eenvoudig
Hij heeft geen tweede
En voor één, wat tel je ?

1:8

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
Belet je mond van te spreken
en je hart van te denken
En als je hart wegholt
keer dan terug naar de plaats.
Er staat daarom geschreven :
"De Chayot snelden voort en keerden terug."
betreffende deze zaak werd een convenant gevormd.

1:9

Tien Onuitspreekbare Sephiroth :
Eén is de Ademtocht van de Levende God
Gezegend en zegenend is de Naam
van het Leven der Werelden
De stem der ademtocht en der spraak
En dit is de Heilige Ademtocht.

1:10

Twee : Ademtocht uit Ademtocht.
Hiermee graveerde en kerfde Hij
22 Fundamentele Letters
Drie Moeders
Zeven Dubbele
en Twaalf Elementalen
En één Ademtocht is onder hen.

1:11

Drie : Water uit Ademtocht.
Hiermee graveerde en kerfde Hij
[22 letters uit]
chaos en leegte
mirre en klei
Hij graveerde hen als een soort van tuin
Hij kerfde hen als een soort muur
Hij bedekte hen als een soort plafond
En Hij goot sneeuw over hen uit
en het werd stof
zoals er geschreven staat
"Hij zegt tot de sneeuw : 'dwarrel neer'."

1:12

Vier : Vuur uit Water
Hiermee graveerde en kerfde Hij
de Troon der Glorie
Seraphim, Auphanim, de heilige Chayot
en Dienende engelenscharen
Uit deze fundeerde Hij Zijn verblijfplaats
zoals er geschreven staat :
"Hij die Zijn engelen tot ademtocht maakte,
Zijn Dienaren tot vlammend vuur." (Psalmen 104:4)

1:13

Hij koos drie letters
temidden van de Elementalen
[in het mysterie van de drie Moeders]
En Hij plaatste hen in Zijn grote Naam
en met deze, verzegelde Hij de zes uithoeken :
Hij verzegelde 'boven' en keek naar boven
en verzegelde het met YHV.
Hij verzegelde 'onder' en keek naar onder
en verzegelde het met HYV.
Hij verzegelde 'oost' en keek recht vooruit
en verzegelde het met VYH.
Hij verzegelde 'west' en keek achter zich
en verzegelde het met VHY.
Hij verzegelde 'zuid' en keek naar rechts
en verzegelde het met YVH.
Hij verzegelde 'noord' en keek naar links
en verzegelde het met HVY.

1:14

Dit zijn de Tien Onuitspreekbare Sephiroth :
De Ademtocht van de Levende God
Ademtocht uit Ademtocht
Water uit Ademtocht
Vuur uit Water
Boven beneden oost west noord zuid.


Woord vooraf

Het Boek der Schepping werd volgens de legendes van de oudste commentatoren van de qabalah door de patriarch Abraham (ca. 1.850 v.Chr.) neergeschreven ! Het feit dat de Vedische traditie tot in het Midden Oosten was doorgedrongen , wijst erop dat het niet uitgesloten is dat Abraham Sepher Yetzirah (SY) neerschreef rond de tijd van de redactie van de Vedas (Kaplan, 1990). Dit betekent niet noodzakelijk dat Abraham het gehele boek alleen zou hebben geschreven. Zoals ook bij Patañjali's Yoga-sûtra het geval is, is het mogelijk dat Abraham (zoals Johannes later) 'school' maakte.

Inderdaad, Epstein situeert de redactie van het boek rond de tweede eeuw nà Chr., terwijl Saadia Gaon het in de tiende eeuw van een commentaar voorziet en opmerkt "de ouden zeggen dat Abraham het schreef". Dit wijst erop dat de boodschap van SY 'school' maakte. De invloed van het boek op de middeleeuwse Joodse mystici was zeer groot. In dit boek kwam voor het eerst de term "Sephiroth" voor, wat hier staat voor oergetallen. In een later werk (de Sepher Bahir) zouden deze getallen als Goddelijke emanaties begrepen worden.

Daar deze traditie zich in het begin uitsluitend 'van mond naar oor' voortplantte, kan men begrijpen waarom de basiscategorieën van de qabalah slechts later 'stenografisch' werden genoteerd. Het argument dat SY niet van Abraham kan afstammen omdat het anders in het Oude Testament zou zijn opgenomen is blind voor het feit dat de qabalah de mystieke bloem van Israël is. Dergelijke geheimen werden niet opgeschreven.

Recent wetenschappelijk onderzoek situeerde het boek (dat tot de Ma'ase Bereshit-traditie behoort) tussen 300 en 600 n.Chr. en is geneigd om het niet tot de kabbalistische literatuur te rekenen (Laenen, 1998) ! Deze laatste opvatting is overdreven. Het is duidelijk dat een boek met zo'n grote invloed op ontelbare kabbalistische denkers niet omwille van semantisch-historische spitsvondigheden uit het kabbalistisch erfgoed gelicht kan worden. Het is inderdaad zo dat de kabbala als mystieke stroming veel later in de Provence op het historisch toneel verscheen (cf. Sepher Zohar van Moses ben de Leon op het einde van de 13de eeuw). Toch betekent dit niet dat de Leon geen ideologische antecedenten bezat (waarom duurde het zo lang vooraleer men kon aantonen dat dit boek van zijn hand was en geen oude tekst was van de hand van Simeon ben Yochai ?).  Zelfs in de Dode Zee rollen (Qumran) treffen we kabbalistisch denken aan "avant la lettre". Dat de latere kabbalisten de term "Sephiroth" een nieuwe betekenis gaven, doet niets af aan het feit dat de Sepher Yetzirah wel degelijk een werk is waarin de grondgedachte van de latere klassieke qabalah aangekondigd wordt, te weten : "Met 32 mystieke paden der Wijsheid graveerde (Hij) Yah ..."

Het eerste hoofdstuk (SY kent er zes) heeft het over de Goddelijke Scheppingsdaad. Alle basiscategorieën van de 'hogere' qabalah komen hier aan de orde. Waar later de praktische magie aan bod komt, vinden we hier de basisconcepten der qabalistische metafysica. Teneinde mijn commentaar (uitgaande van de Engelse vertaling door Kaplan & de Gra-versie van de Hebreeuwse grondtekst samengesteld door Rabbi Eliahu, Gaon van Vilna uit de 18de eeuw) tekstueel te houden is wat inleidende achtergrondinformatie over het Godsconcept van de 'zonen van Israël' zeker op zijn plaats. Het is immers door en door apophatisch. D.w.z. geworteld in, en gaat uit van een weten dat het menselijk niet-kennen tot voorwerp neemt.

Een dergelijk 'niet-kennen' weten impliceert de kennis van het 'onderscheid' tussen 'goed' & 'kwaad', basis voor het spiritueel inzicht, en de spirituele groei. Mijn commentaar is gebaseerd op de klassieke qabalah en is sterk Luriaans geïnspireerd. Ook wordt er rekening gehouden met bepaalde inzichten uit de Christelijke qabalah en het Westers occultisme.


Inleiding

Het Boek der Schepping legt uit hoe God Zijn Kosmos schept. Dit is niet onbelangrijk. Immers, de wijze -in en door zijn geslaagde poging de schepping te begrijpen- verkrijgt (als 'zoon van Israël') (van God) het vermogen co-creatief te zijn, d.w.z. onderdeel te worden van Zijn werk (het Goddelijke Plan).

Oorspronkelijk is er enkel en alleen God. Alleen Zijn authentieke Eenvoud, ontdaan van elke pluraliteit of veelheid 'bestaat' als een absolute eenheid. Dit 'bestaan' mag echter niet vergeleken worden met het 'kosmisch' bestaan (de geschapen orde). Het betreft immers een 'bestaan' dat het menselijk intellect te boven gaat.

De mens kan de Gods Eenvoud zélf niet begrijpen. Deze gaat immers verder dan zowel het kennen, het kunnen als het begrijpen. Enkel de wijze 'weet' iets van deze Eenvoud af. Het Boek der Schepping is dan ook hét fundamentele Hebreeuwse 'boek van de wijsheid'. De Goddelijke Eenvoud blijft echter zelfs voor de wijze gesluierd. Immers, zolang we God vanuit de Kosmos benaderen, blijven we gehecht aan de voorwaarden van het geschapene (de 'wet' van de 'orde'). De traditie noemt het ongeschapen 'bestaan' een 'negatief' bestaan. Het geschapen bestaan (Kosmos) is 'positief'.

De wijze weet dat het 'negatief bestaan' niet uitsluitend als een 'afwezigheid' moet worden geduid. Immers, mocht Gods 'bestaan' absoluut leeg zijn, dan was er nooit sprake geweest van een geschapen kosmische orde. 'Negatief' moeten we dus begrijpen als 'virtueel'. Dit betekent dat Gods 'negatief bestaan' vergelijkbaar is met de notie 'Absolute Potentie'. De Kosmos is dan de 'relatieve daadwording' van een deel van de 'Absolute Potentie'. De virtuele 'volheid' van Gods 'Absolute Potentie' realiseert de 'leegheid' (van de actuele Kosmos). God is 'vol-ledig', d.w.z. 'vol' als geheel van alle mogelijkheden & 'leeg' omdat God geen onderdeel van Kosmos 'is' ; 'vol' als 'zo mogelijk alles' & 'leeg' als 'deze gerealiseerde Kosmos'.

In die zin loopt de tekst van Abraham vooruit op de Boeddhistische begrippen 'samsâra', 'sûnyatâ' & 'nirvâ_a', alsook op de negatieve theologie (Oosters apophatisme). God is 'Deus absconditus', afwezig. De Kosmos is aanwezig.

We onderscheiden dus :

* Gods vol-ledige potentie of absolute Eenvoud ;
* Zijn Scheppingsdaad ;
* Zijn Kosmos (of realisatie).

Drie sluiers omgeven Gods oorspronkelijke 'vol-ledigheid'. De wijze is niet in staat onmiddellijk (rechtstreeks) iets over Gods Eenvoud te weten te komen. Hij spreekt erover zoals iemand die het over een Gesluierde of een Vreemdeling heeft.

De eerste sluier (en tevens Gods essentie) is Zijn Licht (Ain Soph Aur). Zichtbaarheid is afhankelijk van lichtbronnen. Gods Licht is geen 'bron' omdat het zichzelf van binnenuit verlicht. Kosmisch licht is de schaduw van Zijn Licht. Daar Zijn Licht op een absolute wijze evenwichtig verdeeld is, stoten we op de tweede sluier ; de Oneindige Ruimte waarin het evenwicht van Zijn Licht alles oplicht.

De Oneindige Ruimte (Ain Soph) is een vat dat ontvangt om te verlenen. Het ontvangt Gods Absolute Potentie en is dus een Oneindige Ruimte die oneindige mogelijkheden bevat. De Onbegrensde Ruimte drukt uit dat voor God alles in potentie mogelijk is. Zij verleent aan Gods Licht de mogelijkheid zich transfiniet te differentiëren. Wie kiest er voor welke mogelijkheid ?

De laatste sluier betreft de Absolute Potentie zélf (Ain). Het betreft de Wil & het Woord van God ; het vermogen te kiezen voor één van de mogelijkheden. God kiest om Kosmos te scheppen. Hij verkiest ook in de dualiteit Zijn Absolute Potentie te realiseren. Dit betekent dat Hij Zichzelf weet te beperken op een onbegrensd aantal wijzen. Dit vermogen fundeert de Wil die Kosmos schiep.

Deze sluiers omgeven Gods Eenvoud en zorgen ervoor dat het mysterie van de onzichtbare aanwezigheid van de Schepper enkel oplost voor hen die niet in Zijn Aanblik zijn opgegaan (nadat ze van Hem weet hebben gekregen ...).

De sluiers vormen een 'wolk' van niet-kennen tussen God en het intellect (dat kent & -optimaliter- begrijpt). De Wijsheid is een zaak 'van de andere oever' van het intellect, d.w.z. is intuïtief.

De wijze (die weet hoe God de Kosmoi schept) aanschouwt Zijn Licht door in het Lichtpunt waaruit de Kosmos emaneerde (Kether) bij omkering de Oneindige Ruimte te begrijpen. Immers, de gehele Kosmos emaneerde uit één Lichtfontein, ontstaan als gevolg van de weerklank van Gods Wil in Zijn Oneindige Ruimte. Als een vonkje in Zijn Ruimte sprak Hij zijn Woord uit.

Cruciaal is de overgang van 'potentieel' naar 'werkelijk' bestaan ; de Scheppingsdaad. Omdat God naar Kosmos 'verlangt' (ter 'bevrediging' van Zijn onbegrensde beperkingserotiek) spreekt Hij Zijn Woord uit. Hiermee trekt Hij Zijn Licht terug uit dat deel van de Onbegrensde Ruimte waar Hij de Kosmos scheppen wil & trekt Hij Zijn Licht op die plaats samen (contractie) tot één punt ('vonkje' in de Onbegrensde Ruimte). Dit lichtpunt is de paradox van Gods onbegrensde beperkingskunst (Kierkegaard). Het 'hyper-bestaat' (Scottus), d.w.z. 'is' méér dan 'werkelijk én 'virtueel'. De gehele Eerste Kosmos en alle daarop volgende Kosmoi of Goddelijke Scheppingsdaden emaneren uit de 'Demiurg' (gelijk een lichtfontein). Dit wordt Kether genoemd, de Kroon (cfr.Luria).

Kether is een repolarisatie van Gods Licht door een contractie van dit Licht tot één lichtpunt. Het 'negatief' Licht wordt hierdoor 'positief' en brengt binnen zichzelf 9 differentiaties van zichzelf voort. Het geheel van al deze lichtdifferentiaties noemen we 'Kosmos'. Niettegenstaande Zijn gerepolariseerde Licht (het 'kosmisch licht') dus meervoudig is, blijft het steeds geworteld in de oorspronkelijke Eenvoud. De Kosmos rust als het ware langs alle kanten in Gods Licht. De Kosmos is een beperkt, eindig, tijdelijk en buitengewoon klein 'vonkje', ontstaan binnen de Oneindige Ruimte als gevolg van de samentrekking van het Licht, dat deze Ruimte van binnenuit oplicht, tot één punt.

De idee van een 'Eerste Kosmos' is essentieel om de oplossing van het probleem van 'goed & kwaad' te begrijpen. De Eerste Kosmos komt op een volledig evenwichtige wijze uit Gods Wil voort. Het betreft een Kosmos die de volheid van Gods potentie werkelijk gestalte geeft, d.w.z. geen weerstand kent. Dit betekent dat het geschapen licht de Eerste Kosmos volledig doordringt, waardoor de onvolmaakte Eerste Kosmos volmaakt schijnt.

De ongeschapen scheppende orde = {0}

Ain : 0
God's Wil & Woord
Ain Soph : 00
Zijn Oneindige Ruimte
Ain Soph Aur : 000
Zijn Licht

De Eerste Kosmos :

De geschapen scheppende orde = 1, 2 & 3

Kether, Chockmah & Binah vormen één Triniteit

De geschapen niet-scheppende orde = 4 ... 10

de andere Sephiroth of 7 natuurwetten

De Eerste kosmos betreft een gerealiseerd Goddelijk leven omringd door Zijn vol-ledigheid. God schept de Eerste Kosmos als een 'eindige' verzameling van vrije mogelijkheden. Deze 'vrijheid' houdt in dat God de mogelijkheid niet uitsluit dat een kosmisch onderdeel desgewenst, los van Zijn Kosmos, autonoom gaat optreden.

Hier vatten we wat er bedoeld wordt wanneer er gezegd wordt dat God ook in de dualiteit Zijn Absolute Potentie realiseren wil. Immers, indien een deelverzameling van kosmische mogelijkheden beslist zélf zogenaamd 'scheppend' op te treden (door 'buiten' het Goddelijke te leven, en het onderscheid tussen bestaan & niet-bestaan centraal te plaatsen) dan zal die deelverzameling zich van Zijn Kosmos losscheuren (& niet meer omringd zijn door Zijn Licht). God als Schepper van de Kosmos krijgt zo een tegenspeler. Het gebeurt dat de Eerste Kosmos Chaos voortbrengt. Deze Chaos of 'gapende ruimte' impliceert een volstrekte afwezigheid van licht, een passieve 'absolute leegte' die licht weigert. Chaos is de slagschaduwkegel van de Kosmos die ontstaat wanneer Lucifer tegen de Schepper in opstand komt (en Satan vervoegt). Zo begrijpen we dat het 'kwaad' slechts als mogelijkheid in Zijn Wil wortelt ; het niet noodzakelijk of wezenlijk is.

Indien God zijn absoluut meesterschap in de dualiteit realiseren wil, dan kan Hij niet anders dan de mogelijkheid van een werkelijke dualiteit toelaten.

De dualiteit, ontstaan als gevolg van de Scheppingsdaad zélf (potentieel versus werkelijk), is echter niet de oorzaak van het ontstaan van het 'kwaad'. Immers, de gehele Eerste Kosmos is een gepolariseerd lichtverschijnsel, gebed in Zijn Licht. De emanatie 'stopt' ergens (Kosmos is begrensd) omdat de Kosmos uit slechts een klein vonkje voortkomt. De parameters van dat vonkje (binnen de Onbegrensde Ruimte) determineren de uiterste grens van de Kosmos. Het onderscheid tussen 'Potentie' en 'Werkelijkheid' noemen we de cosmologische dualiteit (zij is wel noodzakelijk & wezenlijk). Noodzakelijk omdat zonder deze dualiteit er geen sprake is van enige schepping. Wezenlijk omdat de Eerste Kosmos een positief (gerealiseerd & gerepolariseerd) 'verlengstuk' is van Zijn Wezen (Licht).

Daarnaast is er echter een morele dualiteit. Deze ontstaat in de Eerste Kosmos, en wel op het ogenblik dat bepaalde werkelijkheden (geschapen door God) zich vrijwillig van Zijn Kosmos afkeren. God schiep hiervan de mogelijkheid wanneer Hij (uit Zichzelf) Zijn creaturen een vrije keuze gaf.

Deze morele dualiteit is echter niet noodzakelijk of wezenlijk. Ze is niet noodzakelijk omdat er geen dwingende redenen bestaan waarom de creaturen zich van Gods werk zouden afkeren (mocht dit wél het geval zijn, dan zou er toch geen sprake zijn van 'vrije' schepselen). Een Kosmos zonder 'vrijheid' is tegengesteld aan Zijn wezen (wat zinledig is). De morele dualiteit is niet wezenlijk. Immers, zodra creaturen zich afkeren, verkeren ze in een duisternis & een leegte (waarin God wezenlijk & formeel volstrekt afwezig is). Noemen we ons kosmisch bestaan 'zijn', dan is deze Chaos zonder meer 'niet-zijn'. Dit 'niet-zijn' is duidelijk iets anders dan Gods oorspronkelijke vol-ledige virtualiteit (het slaat op de afwezigheid van enige realisatie).

Het 'kwade' betreft dus een verwarde 'staat' waarin alle levende mogelijkheden aan een continu desintegratieproces worden geketend, waardoor de oorspronkelijke kosmische heelheid en heiligheid langsheen een duister stervensproces om hun centrum verliezen om terminaal in gelijkmakende veelheid en alomtegenwoordige vervuiling te degenereren. Hierdoor wordt de vernietigende omkering van de Kosmos waargemaakt als verstarring en immobilisatie van de groei-impuls (fragmentarisatie & versplintering).

Wanneer God Zijn Kosmos beoordeelt, vult Hij de plaats waar Hij de Kosmos schiep terug op met Zijn Licht. Nà de kosmische Singulariteit (of 'Big Crunch') stort Hij dààr waar de Kosmos was Zijn Licht uit. Dan en slechts dan wordt Chaos op een absolute wijze van Kosmos afgesplitst ... Enkel hierdoor is Hij de dualiteit Absoluut Meester. Waarom ? De Eerste (en tweede, derde, .... n-de) Chaos nam het licht van de tweede (derde, vierde, ... m-de) Kosmos niet op (m < n).

In de Wil die de Scheppingsdaad initieert, schuilt tevens het Woord waarin de vormeloze structuur van de Eerste Kosmos uitgedrukt wordt en door de Triniteit bewaard wordt (als de 'Naam' van de Demiurg -Kether-, oftewel Chockmah, de Wijsheid). De qabalist begrijpt hoe deze Wil zich in de dualiteit vervolledigt door een Eerste Kosmos te scheppen waarin de mogelijkheid van dwaling vervat ligt (n.l. als een verkeerde keuze).

Immers, ware de Eerste Kosmos even volmaakt als God dan zou Zijn Meesterschap zich slechts in een louter 'reflexieve' dualiteit realiseren. Geen enkel onderdeel zou zichzelf ooit in de illusie kunnen werken los te staan van Gods oorspronkelijke Eenvoud (die zowel Eenheid als Dualiteit toont). De Keuze van God zou dan volledig gerealiseerd zijn in Zijn Kosmos.

Net omdat God geen tweede heeft, laat Hij toe dat Zijn creatuur kiezen kan om in de illusie te verkeren zich van Zijn Licht te hebben afgekeerd. D.w.z. de unieke repolarisatie van Zijn Licht tot kosmisch licht (Kether) maakt een 'dialectische' dualiteit, waardoor het mogelijk wordt dat de wezenlijke samenvloeiing van al het geschapene in God tijdelijk schijnbaar onherroepelijk opgeheven wordt (door God).

Omdat dwaling in de Eerste Kosmos mogelijk is, is al wat geschapen werd, wordt en zal worden noodzakelijk onvolmaakt. De mogelijkheid tot dwaling wortelt in Gods Eenvoud. Scheppen betreft het 'openvouwen' van de impliciete Eenheid tot een expliciete Tweeheid. Deze Tweeheid realiseert zichzelf enkel via een 'tertium comparationis' waardoor Eenheid opnieuw mogelijk wordt. De onvolmaaktheid van de Eerste Kosmos wordt duidelijk zodra lichtwezens zich van God afkeren.

De qabalisten spreken in dit verband over het 'breken van de vaten'. De Eerste Sephiroth waren volgens hen niet in staat met elkaar te interacteren. Ook waren ze niet geschikt om Gods gaven te laten doorstromen (ze waren onvolledig). Omdat ze hun taak niet konden volbrengen werden ze door het Licht overmeesterd en versplinterd. Ze worden figuurlijk 'in stukken gebroken'. De brokstukken van de proto-Sephiroth vormen Chaos (tohu). Chaos of pseudoKosmos.

Zodra de 'laatste letter' van de Eerste Kosmos uitgesproken was, werd God rond Zijn 'Wilsvonkje' met een Chaos of pseudo anti-Kosmos geconfronteerd. Op de pseudo anti-God (Satan) 'plaatste Hij Zijn Voeten'.

Telkens wanneer een zoveelste (n-de) Kosmos uit God emaneert is de zoveelste (n-1de) Chaos niet in staat het licht ervan op te nemen (Chaos staat steeds één cyclus op Kosmos achter). Dit betekent dat de nde Kosmos beter in staat is de leegte van de n-1de pseudo-Kosmos te doorkruisen (dan het geval was voor de n-1de Kosmos).

Chaos' afwezigheid bij zichzelf neemt toe naarmate God nieuwe Cosmoi schept, maar is steeds kleiner dan de stijgende Potentie van de Schepper om Zich in de dualiteit uit te drukken. Doordat de Kosmos maar één cyclus op Chaos voorstaat kan Chaos steeds gemakkelijker de zwakke componenten uit de Kosmos verwijderen (in de illusoire betrachting Kosmos ooit voorbij te steken).

Dit alles heeft een dubbel gevolg : enerzijds wordt de Scheppingsdaad voortdurend volmaakter (en Gods Realisatie in de Dualiteit steeds beter), anderzijds wordt de vormende dynamiek van de strijd kenmerkend voor de Dualiteit (namelijk tussen de Kosmos en Chaos) steeds intenser zonder ooit (op kosmische schaal) in het voordeel van Chaos uit te lopen. De Cosmoi zijn Gods Absoluut Meesterschap.

Zijn Licht stroomt permanent gerepolariseerd in de holte waaruit Hij Zijn Licht terugtrok. Is dit het 'licht der wereld' (waarvan 'fotonen' de meest grofstoffelijke versie zijn) ? Het lichtpunt (Kether) is tevens een 'lichtfontein' (waaruit Kosmos geboren wordt). Het onderscheid tussen Zijn Licht en de repolarisatie ervan (in Kether) is wezenlijk. De mogelijkheid dat door Gods gratuite Scheppingsdaad iets 'niet is' staat buiten Hem.

Verschillende 'modulaties' van het licht emaneren uit deze fontein. Zij worden 'de Tien Uitspraken' genoemd. De Demiurg 'spreekt' Tien maal. Telkens wordt er een 'plateau' geschapen ('Sephiroth') waardoor het licht even tot rust kan komen vooraleer het plateau 'overstroomt' en het licht verder naar beneden stroomt (en zo steeds méér materie behoeft om zich te realiseren).

De Sephiroth worden in vier 'werelden' opgedeeld : de eerste drie Sephiroth vormen de zuivere Trinitarische lichtwereld (Atziluth - 'spiritus'). De volgende drie vormen de ideeënwereld (Briah - 'nous' of 'anima') & de daaropvolgende drie zijn vervat in de vormende wereld (Yetzirah - 'ratio', 'affectus' & 'persona'). De 10de Sephira is de fysieke wereld (Assiah - 'corpus').

De n-de Kosmos :

Atziluth : De Triade Kether - Chockmah & Binah vormt samen de geschapen & scheppende lichtwereld (het 'Rijk der Hemelen'). Deze wereld bevat het 'eeuwig' aspect van de geschapen orde. Deze is permanent wordende binnenin de Oneindige Ruimte van God als uniek resultaat van de contractie van Zijn Licht tot één mogelijkheid uit een transfiniet aantal aanwezige mogelijkheden in Zijn Ruimte. Dit 'geestelijke' (perpetuum mobile) culmineert in Kether. Het hyper-bestaan is altijd dat wat het is.

Briah : De lichtwereld reflecteert zich in de Triade Chesed-Geburah-Tiphareth als een Actief Intellect dat 'licht' manifesteert door oorspronkelijke creatieve impulsen (Platoonse Ideeën of Zelven) tot goede, efficiënte en mooie Eerste Oorzaken te maken.

Yetzirah : Hier krijgen de Eerste Oorzaken hun Eerste Gevolgen alsook hun particuliere gestalte : de Triade Netzach-Hod-Yesod betreft het 'affect - ratio & Ego'.

Assiah : De zintuiglijke manifestatie van alle voorgaande processen vindt steeds in Malkuth plaats als een wisselwerking tussen vier elementen. Deze elementen vormen het fysieke bestaan door de vier natuurkrachten (sterke kracht, zwakke kracht, elektromagnetische kracht, en de gravitatie).

Korte Bibliografie.

De Bijbel (Willibrord vert.), KB - Boxtel, 1981.
Achad : Q.B.L. or The Bride's Reception, Weiser - New York, 1974.
Ambelain, R. : La Kabbale Pratique, Bussière - Paris, 1990.
Berg, Ph. : An Entrance to the Zohar (1974), An Entrance into the Tree of Life (1977), The Kabbalah Connection (1983), Research Centre of Kabbalah (RCK) - Jeruzalem.
Epstein, A. : "Recherche sur le Sefer Yetzirah", in Revue des Edut es Juives, 1894, 29, pp.75-76.
Fortune, D. : The Mystical Qabalah, Williams & Norgate - London, 1948.
Gaon, Saadia : Commentary on Sefer Yetzirah (vert. Yosef Kapach), Jeruzalem - 1972.
Grad, A.D. : Le Livre des Principes Kabbalistiques, Du Rocher, 1989 ; Pour Comprendre La Kabbale, Dervy - Paris, 1988 ; La Kabbale du Feu, Dervy - Paris, 1985.
Gray, W.G. : Concepts of Qabalah, Weiser - New York, 1984 ; The Tree of Evil, Weiser - New York, 1974.
Halevi, S. : The Work of the Kabbalist (1984), School of Kabbalah (1985), Kabbalah & Psychology (1986), The Anatomy of Fate (1985), Gateway - Bath ; A Kabbalistic Universe, Weiser - New York, 1977 ; Adam and the Kabbalistic Tree, Rider & Company - London, 1978.
Idel, M. : Kabbalah, Yale University Press - Yale, 1988 Studies in Ecstatic Kabbalah, State University of New York Press, 1988 ; The Mystical Experience in Abraham Abulafia, State University of New York Press - New York, 1988.
Kaplan, A. : The Bahir, Weiser - New York, 1989.
Kaplan, A. : Sefer Yetzirah, Weiser - New York, 1990.
Krakovsky, L. : The Light of Redemption, RCK, 1970.
Laenen, J.H. : Joodse Mystiek : Een inleiding, Kok/Lannoo - Tielt, 1998.
Meyer, I. : Qabbalah, Wizards - San Diego, 1988.
Munk, M.L. : The Wisdom in the Hebrew Alphabet, Mesorah - New York, 1988.
Scholem, G. : De Zohar, Schors - Amsterdam, 1982.
Sérouya, H. : La Kabbale, Grasset - Paris, 1947.
Sperling, H. & Simon, M (vert.) : The Zohar (5 volumes), Soncino Press - New York, 1984.
Suarès, C. : The Cipher of Genesis, Weiser - New York, 1992.


SEPHER YETZIRAH

(eerste hoofdstuk uit het Boek der Schepping)

De Traditie van het Gelukkige Leven
van de patriarch Abraham

1:1

Met 32 mystieke paden der Wijsheid
graveerde (Hij) Yah (1),
de Heer der Heerscharen
de God van Israël (2)
de levende God
Koning der Kosmos (3)
El Shaddai
Genadig en Welwillend
Verheven en Groot
Verblijvend in de eeuwigheid
Wiens naam Heilig is -
Hij is nobel & heilig (4)
En Hij schiep Zijn Kosmos
met drie boeken,
met tekst
met getal
& met sippur (5).

Commentaar :

De uitgangspositie is hier absoluut & virtueel. Deze 'maagdelijkheid' wordt doorbroken door Zijn Scheppingsdaad waardoor Hij Is & Wordt ; wie is Yah ? Hoe staat God-als-Schepper tegenover Yah ? God schept de Kosmos om Zijn Absolute Potentie te confronteren met de relatieve realisatie van één van zijn onderdelen (met het risico van afsplitsing). De wetten van deze Scheppingsdaad garanderen de permanentie van vrijheid & licht.

(1) met 32 mystieke paden ... graveerde (Hij) Yah

In Zijn Eenvoud schept God (uit Zijn Licht) in de Oneindige Ruimte (n.l. dààr waar Hij zich terugtrekt door Zijn Licht tot één punt te contracteren) de Kosmos. Als Heer der Kosmos is God een geschapen Schepper (Groot Architect of Demiurg).

Deze Scheppende Aanwezigheid in de Kosmos wordt door de permanentie der Natuurconstanten uitgedrukt (Kether). Daar de Demiurg en wel voor de duur van één Kosmos voortdurend Zijn Licht kanaliseert, is de Kosmos geen 'gesloten systeem'. Dit betekent dat de energie voorhanden in de Kosmos principieel onuitputtelijk is (er is enkel een aangepast kanaal nodig).

God (ongeschapen) schept door Zijn Licht te verdichten tot één absoluut lichtpunt (Kether). Kether is God begrepen als een actief scheppend beginsel (gepersonifieerd in 'Demiurg'). De Eerste Uitspraak is ook : "Ik ben die ik ben" (543). De Demiurg is geschapen en schept. Hij schept Yah (de Tweede Uitspraak of Chockmah) met 32 paden der Wijsheid. De relatie tussen de Schepper (Kether) en Yah (God als Wijsheid) is van centraal belang. Hierdoor wordt duidelijk dat God voor de qabalist voor alles Wijsheid is.

Door over 'graveren' te spreken maakt Abraham ons duidelijk dat de Demiurg in principe op een gelijkaardige wijze de Kosmos schept zoals God de Demiurg (Kether) schiep (n.l. door iets weg te nemen uit een oorspronkelijke vol-ledigheid).

De meetkundige eigenschappen van het licht ? Deze worden voorgesteld door een vijfdimensionale kubus. De basis hiervan is het 'nominaal' vierdimensionaal Universum (het ruimtetijd-continuum). Het spirituele bewustzijn voegt hier een 'hyper'-dimensie aan toe. Een hyperkubus heeft 32 uiteinden. De 'Elohim' verschijnen in Genesis 32 maal :

- als 10 Uitspraken ('God sprak') &
- als 22 Letters, waarvan
a) drie Moeders ('God maakte')
b) zeven Dubbelen ('God bezag')
c) twaalf Elementalen.

De Letters worden 'netivot' (paden) genoemd. Het zijn individuele scheppingssleutels. De Uitspraken vormen de 'Sephiroth'. Van de 'paden' wordt er gesteld dat ze 'mystiek' zijn (peliyot). Dit komt van 'pala' wat zoveel als 'geheim' & 'verwijderd van de wereld' betekent. Verwant met 'peleh' of 'wonder'. Onder 'wonder' dienen we zowel het parafysische als de bron van Wijsheid te verstaan. De wijze weet hoe hij het leven moet begrijpen om het te veranderen. In en door de verwondering krijgt hij weet van het 'wonder des levens' (cfr. I.2).

Graveren (chakak) verschilt van 'schrijven'. Het veronderstelt immers steeds een oorspronkelijk materiaal (prima materia) waaruit iets weggehaald wordt (terwijl bij schrijven er iets aan het papier toegevoegd wordt). Gods essentie of Licht is de 'Prima Materia' waaruit de Kosmos voortkomt. 'Hij graveerde' herinnert ons eraan op welke wijze God zich dààr terugtrok waar Hij de Kosmos scheppen wou, n.l. door Zijn Licht aldaar tot één punt te contracteren (tzimtzum - waardoor het van polariteit veranderde en werkelijk een lichtfontein werd). Als de mens schept, dan is dat net zoals God Kether schiep.

'Hij' graveerde Yah. Wie is Hij ? 'Hij' werd uit Zijn Licht gegraveerd. Hij, de Schepper, is bijgevolg de Demiurg van de Kosmos (vergelijkbaar met Patanjali's 'Isvara'). Het betreft het archetype van de Oer-Vader, Koning van Zijn Kosmos (de 'saguna Brahman' der Hindoes). Deze 'God als Demiurg' is identiek met de lichtfontein (Kether) & God-als-Schepper (de Vader).

Volgende volgorde is kenmerkend :

1) een Absolute Potentie (God) wil Kosmos ;
2) trekt zich terug uit Ruimte & verenigt Licht ;
3) schept (door repolarisatie) een Schepper ;
4) die Yah met 32 Wijsheidspaden graveert ;
5) Yah : de Wijsheid van de Schepper.

Volgende identiteiten zijn noodzakelijk :

0) 'God' = de ongeschapen Eenvoud ;
1) 'Demiurg' = de geschapen Schepper (Kether) ;
2) 'Yah' = de Wijsheid van de Schepper (Chockmah) ;
3) 'YHVH' = de 'Naam' van deze Wijsheid (Chockmah).

De Demiurg graveert Yah met 32 lichtsleutels. Zij vormen het lichtstelsel waarmee de Schepper Yah emaneert & voedt (n.l. als kanaal). De lichtsleutels kunnen begrepen worden. Het Begrip is het Magister van de Wijsheid. Door Begrip worden de scheppingsvoorwaarden operationeel kenbaar. Echter, enkel door een non-verbale, intuïtieve, universele en niet gedifferentieerde 'Wijsheid' toe te laten kan door een bijzonder weten (Daath) het gezochte co-creatief bewustzijn tot stand komen. Dit heeft met de ademtocht der Uitspraken te maken (cfr. 'sippur'). Het discursief intellect kan niet rechtstreeks met het licht geconfronteerd worden. Begrip bemiddelt daar waar Wijsheid initieert & participeert.

De 32 sleutels worden 'paden der Wijsheid' genoemd. 'Wijsheid' (Chockmah) emaneert uit Kether. Het 'hyper-zijn' van de Schepper (dat als eerste manifestatie absoluut is) loopt (gelijk een vat dat vol is) in zichzelf over. Hierdoor ontstaat de Wijsheid. Immers, het absolute licht heeft nood aan een (relativerend) spectrum van mogelijkheden (Yah, de Naam, Chockmah) waardoor aan de voorwaarden voor een concrete, vormelijke manifestatie (Binah) kan worden voldaan. De Demiurg is inderdaad gebonden aan de wetten van het licht waaruit Zijn Schepping bestaat.

De Demiurg, Yah (Zijn 'Naam') & het Begrip vormen samen de 'Hemelse Triade' (Kether, Chockmah & Binah). Deze is geschapen & scheppend maar is manifest zonder 'gestalte' (d.w.z. het betreft pure geestelijke abstracties). We merken dus op :

0) De niet-wereldse Eenvoud :

de ongeschapen & scheppende Goddelijke Eenvoud (Ain, Ain Soph & Ain Soph Aur) ;

de Scheppingsdaad

1) De zuivere lichtwereld :

de geschapen Schepper of Demiurg die zonder gestalte is (d.w.z. louter 'abstract') : Kether, Chockmah & Binah - of het Christelijk 'Rijk der Hemelen' ;

2) De werelden der manifestatie (gestold licht) :

de geschapen, niet-scheppende & concrete Kosmos (de zeven Constructies -Natuurwetten- die de Kosmos funderen).

SY leert ons dat naast a) Zijn Licht (ongeschapen & scheppend) en b) het nà contractie ontstane lichtpunt (de Demiurg, geschapen & scheppend) Wijsheid centraal is voor de levende kennis aangaande Zijn Scheppingsdaad.

Kether zelf hyper-bestaat. D.w.z. de Schepper 'is' zowel virtueel (ongeschapen) als reëel (geschapen). Dit brengt met zich mee dat niettegenstaande de Schepper ervaarbaar is (mystiek) Hij niet in categorieën is onder te brengen (en dus onbegrijpbaar blijft). Dit garandeert de exclusiviteit van het convenant tussen de mens en zijn Schepper. Het verstand kan er niet bij, terwijl het hart ervan overloopt & de scheppingsdaden voor zichzelf spreken (& die de wijze met verwondering verbijsterd 'in de stilte' hoort).

Kether 'is' altijd al onderdeel geweest van God. Kether, het 'principium creationis' & 'perpetuum mobile' is de enige Sephira die echt 'eeuwig' kan genoemd worden. Waar het 'bestaan' steeds tijdelijk is, drukt de Ene Monade steeds paradoxaal maar onaflatend het principe van het 'voortdurend worden' uit, waardoor aan de eeuwigheid een onbegrijpelijke dynamiek toegekend wordt ... Is het niet deze 'dynamiek' die de Idee van een kosmisch 'Omega' (of het einde van de Kosmos -'t Jubileum van Kosmos- door contractie) & de 'wording' van vele Cosmoi ondersteunt ? Enkel wanneer het 'Omega' van de Cosmoi ingeroepen wordt (door qabalisten treffend het 'Jubileum van het Jubileum' genoemd) & het duidelijk wordt hoe Kether uiteindelijk maar één Lichtpunt is in een oneindige Ruimte van mogelijke Lichtpunten, overvalt ons opnieuw de onuitsprekelijke Grootheid van God (éénmalig & voor altijd).

Het hyper-bestaan van de Schepper is een 'kosmisch lichtsacrament'. Gods Absolute Potentie wordt neergeslagen in een eindige maar steeds open Geschapen Orde (Zijn Demiurg die de Kosmos voortbrengt). Eindig omdat er slechts Tien Uitspraken terzake voorhanden zijn. Open omdat de totale bruikbare energie in Kosmos voortdurend stijgt (door de permanentie van de repolarisatie van Zijn Licht door Zijn Demiurg betrokken in een sacrament dat zo lang duurt als de levensduur van Kosmos). Hierdoor bestaat er zoiets als 'Natuurconstanten' (de resultanten van het sacramenteel hyper-bestaan). Door een nieuwe Scheppingsdaad ontstaat daarna een nieuwe Kroon.

De grootmeesters begrijpen met Wijsheid de parameters van het geschapen licht. Dit licht is de actieve afspiegeling van het 'Grote Werk' van de Demiurg : voortdurende Initiatie. Daar het 'wezen' van het licht (Kether) nooit verandert, impliceert Wijsheid de juiste toepassing van de Demiurgische Potentie.

Het licht is 'neutraal'. Wijsheid is 'positief', d.w.z. brengt iets voort. Begrip is 'negatief' ; 'spiegel', 'matrix', 'grote zee' of 'baarmoeder' waarin de Wijsheid een zaadje plant. Als Kether het 'wezen' bevat (licht) & Chockmah ons de 'scheppingsformule' (de Naam) aanreikt, dan levert Binah de 'parameters' of relatieve begrenzingen (voorwaarden) noodzakelijk voor een concrete en permanente (verlichtende) realisatie.

De kern van alle Wijsheid betreft de actieformule (of 'logos') waarmee de Kosmos geschapen werd. Dit is YHVH, de onuitspreekbare 'Naam'. Omdat Wijsheid niet discursief is (maar louter intuïtief, d.w.z. onmiddellijk waarheidsbarend) is het niet mogelijk Wijsheid te begrijpen ('uit te spreken') zonder ze te verliezen. Wijsheid is even ongrijpbaar als Zijn Licht, terwijl met Begrip God enkel als een Onbegrensde Ruimte van mogelijkheden kan gevat worden. De wijze is in staat Zijn Eenvoud enkel te ervaren als de permanente invloed van de voortdurende produktie van energie ('sub specie aeternitatis'). Dit gaat niet verder dan Kether. Alles wat verder ligt dan Kether is immers zuiver Goddelijk.

Alles wat uit de Demiurg voortkomt is onderdeel van Hem. De gehele Kosmos emaneert bijgevolg binnenin Kether. De Wijsheid begrijpt de Schepper als de Heer van alle Sephiroth, Yah, YHVH genoemd. Voor de wijze is de 'formule' van Zijn Scheppingsdaad van het eerste belang. De onderdelen van deze formule worden begrepen als een 'vierdelig' Woord (of 'logos') : tetragrammaton (T). Hiermee reikt Yah ons de sleutel van de Wijsheid aan.

De lichtfontein stort haar licht uit op een ritme waarvan de dansstructuur in T neergeschreven staat. T is de Naam van de God van de Wijsheid (of Yah), die door de Demiurg met 32 Paden gegraveerd werd. Deze Naam (YHVH) verdeelt het licht. Dit betekent dat T een 'universele sleutel tot creativiteit' is. Een 'getetragrammatoniseerd' bewustzijn is een 'Goddelijk bewustzijn'.

We merken op dat Zijn Wil & Woord (Ain) Zijn Licht tot lichtfontein maken (Kether) die -geordend door Zijn geschapen Naam (Chockmah)- een begrip (Binah) van Zijn Onbegrensde Ruimte van mogelijkheden (Ain Soph) toelaat. De scheppende wijze weet YHVH te begrijpen & ervaart de Schepper 'van aangezicht tot aangezicht'. Dit is de hoogste vorm van 'communicatie' ('sippur') gegeven aan de mens.

De mystieke ervaring ('unio mystica'), waarbij het bewustzijn in Kether opgaat -de zaadloze samadhi der yogi's- laat geen onderscheid meer toe (waardoor er van 'communicatie' niet meer gesproken kan worden). Zoals uit de Enoch-mythe blijkt, verandert de Kether-ervaring de mens zo dat hij een Goddelijk lichtwezen wordt, en transhumaniseert.

T is de tweede van Tien Uitspraken die de Kosmos in leven houden. De Demiurg (of Kether) & Zijn Naam (of Chockmah) worden door de Letter van het 11de pad (Aleph) van elkaar onderscheiden. Het verschil tussen beide bestaat, maar het is uitermate subtiel. Aleph vat de gehele qabalah samen met het beeld van de os, de gecastreerde en gedomesticeerde stier (cfr. 'yug' of 'het juk opleggen', de stam van 'yoga'). Ook met 'lucht', 'ademtocht', of 'spraak'. Scheppen zonder 'spreken' kan niet.

De Schepper graveert Yah, die YHVH als Zijn Unieke Naam draagt. Passen we T toe op de relatie tussen de Demiurg (1) en Yah (2) (Zijn Wijsheid), dan staat het puntje van de Letter Yod voor de Demiurg (of Kether). De rest van de Letter staat dan voor Yah. Tussen beiden is er enkel 'ademtocht' (Aleph). Ademtocht maakt Yod tot één letter. De Schepper (1) emaneert Yah (2) als Vader. De 'tienduizend dingen' (Binah, de Moeder, He, 3) emaneren uit Yah. In Binah vinden we de basisvoorwaarden der manifestatie : polarisatie. De He splitst uit in Vau (de Zoon) en in Hé (de Gevallen Dochter).

In Atziluth & Briah is de omnipotentie van de Schepper permanent ervaarbaar. Aldaar is er slechts scheppende lichtenergie. Immers, de Demiurg emaneert allereerst gerepolariseerd Licht, dat non-duaal en non-lokaal de gehele 'holte' (waarin de Kosmos het licht zag) interpenetreert en oplicht. Door 'ademtocht' (door Yahs Naam uit te spreken) schept de Demiurg het 'concrete'. Eerst als Eerste Oorzaak -Briah-, vervolgens als gevolg -Yetzirah- en tenslotte als grofstoffelijke materie (de fysieke werkelijkheid - Assiah).

(2) de Heer der Heerscharen

de God van Israël

Yah is 'Heer der Heerscharen'. Deze uitdrukking is identiek met de Zevende Uitspraak (ook 'Heer der Heerscharen'). De Zevende Uitspraak betreft de Goddelijke Liefde. Tussen de Schepper (Kether), Yah (Chockmah) en de Liefde (of Netzach) bestaat een 'bijzondere verwantschap'. Wijsheid is immers universele liefde.

Wie echt lief heeft, treedt onmiddellijk in relatie met Yah. Méér nog : de ware liefde is de 'sterkste' kosmische energie omdat ze rechtstreeks, onbemiddeld & onuitputtelijk uit Kethers hyper-bestaan Wijsheid put. Hier leren we dat we niet kunnen scheppen als we niet kunnen liefhebben. De Wijsheid groeit zodra we weten (Daath) hoe God permanent lief te hebben.

Yah, God der Wijsheid, is de God van Israël. Gods Kosmos is Zijn volmaakte realisatie in de dualiteit. Op Aarde wordt dit kosmisch perspectief begrepen als een Koninkrijk (de Tiende Uitspraak, Malkuth). De mens (als meest ontwikkelde diersoort op Aarde) moet van deze Aarde één Koninkrijk maken ... Hoe 'Israël' vatten ? Immers, SY verwijst hier (naast andere interpretaties) ook naar een welbepaalde socio-culturele entiteit. Hoe de grenzen van een dergelijke relatieve entiteit in overeenstemming brengen met de universele lichtmetafysica ? Hoe een dergelijke gemeenschap definiëren ? Daar dit niet eenvoudig is, moeten we de oorspronkelijke betekenis begrijpen & die aan de onuitspreekbare potentie der intuïtie toevoegen.

Op dit punt wijkt mijn commentaar af van de zogenaamde orthodoxe visies (van geleerde rabijnen). Het onderscheid tussen 'exoterisch' & 'esoterisch' speelt hierin een cruciale rol. Torah & Talmud vormen de ziel van de 'exoterie' (boek). Niettegenstaande SY zonder meer impliciet met deze 'exoterische' leerstellingen (die de respectabele Joodse cultus animeren) te harmoniseren is, kan er gesteld worden dat elke (sociale) 'exoterie' de 'oppervlaktestructuur' (bovenbouw) weergeeft van een impliciete 'dieptestructuur' (onderbouw) die 'esoterisch' blijft. De esoterie betreft een onmiddellijke, onbemiddelde & directe ervaring van Kether.

Aangenomen dat SY een esoterisch geschrift is, dan rijst de vraag hoe 'Israël' in te vullen ? Welnu, Israël verwijst niet uitsluitend naar een 'uitverkoren' natie ! Een dergelijke reductie zou in strijd zijn met de onuitsprekelijke goedheid des Heren. Laten we duidelijk spreken : 'Israël' is in de eerste plaats het geheel van alle 'uitverkorenen', zij die 'gezegend zijn door onze Vader' (de Eshim). M.a.w. enkel Yahs 'zegen' waarborgt de 'redding van de ziel' & de continuïteit van de traditie van het convenant. De 'exoterie' van voorschriften & wetten betekent niets vergeleken met deze directe & transformerende ervaring van de Wijze God.

Het is echter niet zo dat we (zoals Thomas van Aquino) 'de zegen van de Heer' kunnen loskoppelen van de intellectuele discipline. In de richting van Maimonides denk ik dat de ontwikkeling van het intellect een noodzakelijke (maar geen voldoende) voorwaarde is om de intuïtieve aanschouwing als vermogen te kunnen ontwikkelen. Zonder rede geen werkzame intuïtie ...

Dit betekent dat voor zover we de richtingaanwijzers op het pad in gemeenschap delen, we sowieso een exoterie in het leven roepen. Het Judaïsme betreft dus een geldige, aangepaste en zinvolle exoterische aanvulling en/of praktische inspiratiebron bij enige vorm van 'extatische qabalah'. Dit vatten is begrijpen waarom alle grote qabalisten eveneens geschoold waren in Torah, Talmud & Zohar. Vormen zij een cultuurgebonden weefsel dat het universeel & tijdloos convenant tussen Yah & mens uiterlijk vrucht laat dragen ?

(3) de levende God

Koning der Kosmos

De uitdrukking 'de levende God' verwijst traditioneel naar Yesod, de Negende Sephira. 'Koning der Kosmos' naar Malkuth, de Tiende Sephira. Deze versregels tonen aan in welke mate de idee van de 'Messias' met de grondslagen van de qabalah verweven is. De Messias leeft, d.w.z. de Schepper kan in vlees en bloed 'incarneren'. Hij is een Koning, d.w.z. draagt de zespuntige kroon der Zelfrealisatie (Tiphareth). Hij is Koning der Kosmos, d.w.z. 'zaakgelastigde' van God op Aarde. De Messias incarneert de Volledige Naam (Chockmah) & is de Initiator van een nieuwe Wet (Binah). Nà Zijn komst zijn Torah & Talmud volledig voltrokken & overbodig ...

Moeten we ervan uitgaan dat Jezus van Nazareth, bijgenaamd 'de Christus', inderdaad de taak van de aan Israël beloofde Messias voltrok ? Dit zou betekenen dat Jezus als Christus de Mozaïsche Wet afwerkt zoals beloofd door Yahveh in Zijn Testament en gezien door de profeet Jesaja. Tevens spreekt Jezus dan als 'Messias' een nieuwe Wet uit (een nieuwe 'geest' -Binah- die een universele interpretatie van 'Israël' als 'een spirituele liefdesgemeenschap' zou mogelijk maken) ...

De kern van de mystieke boodschap van Jezus de Christus ? Het vredig en permanent karakter van de 'gezalfde' bewustzijnstoestand (of 'Rijk der Hemelen'). De Messias ruimt het pad voor een nieuw tijdperk. Jezus verschijnt aan het begin van het Vissen-tijdperk (en voltrekt de Mozaïsche Wet uit het Ram-tijdperk). Hij plaatst de Mens tussen de Hemel (YH) en de Hel (VH) door het priesterschap terug te voeren tot een kwestie van een vurige innerlijke verzonkenheid in Zijn Liefde (shin). Spreekt SY (in latere hoofdstukken) niet expliciet in een astrologische (cyclische) symboliek ?

Heeft Jezus de Wet opengebroken en vervolgens een vrije weg gebaand voor allen die de Boodschap van de Vissers der Mensen in hun Zelfgerealiseerd hart (6) willen meedragen ? Jezus voltrekt Yahs Wet (de 'logos Aeonos' van het Ram-tijdperk) en introduceert de Wet van 'Christus' (waarin Zelfrealisatie door naastenliefde centraal staat).

Net doordat de Messias een nieuwe Wet in het leven roept, vergeeft Hij alle zonden (of inbreuken tegen de oude Wet). Wanneer het incarnatielichaam van de Messias sterft, schept Hij een 'kanaal' waarlangs nadien zij die Zijn Wet naleven opklimmen kunnen om via Zijn Heilige Geest (Binah) de Vader (Kether) rechtstreeks te ervaren. Het is duidelijk dat de 'Christelijke' genade (Chockmah) hiermee samenhangt. Deze 'genade' is de welwillendheid van de Schepper 'toegankelijk' te zijn (via Zijn Zoon).

Petrus zondigde tegen de Geest van Jezus door Hem wetens en willens tot drie maal toe (3 = Binah) niet te herkennen. Dit betekent dat de zonden gedaan door Petrus (en de Kerk die hij initieerde) niet uitsluitend door devotie voor het 'beeld' of de 'matrix' van Jezus (Zijn Geest als Maria, de vierde 'kwaadhelende' persoon) kunnen vergeven worden. De 'militante' Kerk is bijgevolg per definitie een 'Mater Dolorosa' die aan het eind van het Vissen-tijdperk naar de Apocalyptische Babalon neigt (Openbaringen). Dan en slechts dan wordt Christus' Wet voltrokken door de Wet van de Waterman ('ex hypothesi').

De Wijsheid uit de 'oude Wet' wordt in de nieuwe 'Blijde Boodschap' (BB) opgenomen. Yah & de BB worden door Jezus de Christus verenigd om samen YHshinVH (326) te vormen. Jezus verbindt beide met behulp van de Letter van het 31ste pad (de shin) ; het pad van het vurig besef van 'verlossing' ontstaan als gevolg van reiniging en consecratie (door te mediteren op het 'Onze Vader'). Jezus introduceert de liefde als universeel motief van de handeling.

Het is belangrijk volgend qabalistisch onderscheid in te voeren : 'Christus' beëindigt (via Jezus) het 'oude' convenant (of regeling tussen mens en Yah) via de BB. Jezus voltrekt dus de traditie (ledigt ze). Christus (de nieuwe Yah) initieert een nieuw begin (voor de mens op Aarde ; het Pisces-tijdperk). 'Christus' ('de gezalfde') is bijgevolg Chockmah, de 'Naam' van het lichtend liefdepunt dat de nieuwe 'zijnsvoorwaarden' eigen aan de Pisces-tijd omvat. 'Christus' is de Zoon van de Vader 'die in de Hemelen is'. 'Jezus' (en zijn priesters) vormen Binah, de nieuwe 'Kerk', of de Geest beloofd door Jezus (uitgaande van Vader & Zoon). Deze 'Heilige Geest' leert de Wet der Mildheid.

Zelfs het Pisces-tijdperk is tijdelijk ... Hoe voorzag Christus daarin ? Door over een terugkomst te spreken. Hierdoor wordt de universele liefdesgeest losgemaakt van het tijdelijk karakter eigen aan de tijdperkenleer zelf (Yah & Christus zijn tijdelijke 'Namen' voor hetzelfde, n.l. YHVH). Tetragrammaton incarneert in alle tijdperken. Telkens in andere gestalten (dan Yah, dan Christus, dan Aquarius). Aan het einde van het tijdperk komt er immers steeds een 'nieuwe wet' (waardoor de 'cyclus' van de Wijsheid zich voltooit).

Het 'oud' geworden 'Elfde Gebod' (Jezus Christus' liefdesboodschap) wordt door Aquarius voltooid door het ontstaan van een planetair bewustzijn, waarin zowel de belangen van de Mens als de wetten der Natuur evenwichtig aan bod komen (zodat de Mens hier kan overleven).

De ironie wil dat de Kerk van Jezus aan het eind van het Vissen-tijdperk de oorzaak van het kwaad niet (meer) kan omkeren (zelf slachtoffer wordt van de desacralisatie - cfr. Vaticanum II). Incarneert YHVH ijlings omdat de Kerk Petrus' ongeloof in een 'Goddelijk' initiator nà 20 eeuwen Genade nog niet heeft kunnen omkeren ?

De 'oude' Wet (Mozes, David & Salomon) wordt voltrokken zodra de 'nieuwe' Wet (de Geest van Jezus van Nazareth, de Christus) beter in staat is de spirituele mens (gedacht als één gemeenschap) te gidsen naar een co-creatief participeren in, door en voor Yah genaamd YHVH. De kern van elke Wet ? De voorwaarden verbonden aan de vorming van een spiritueel convenant (of 'regeling' tussen God en mens). Wat wil Jezus Christus nu daadwerkelijk van zijn liefdesgemeenschap ? Hoe moet zij de brug tussen zichzelf en Jezus Christus (Zijn 'Geest' & 'eerste terugkomst') 'open' houden om zo 'rein' te blijven (Zijn Geest 'Heilig') ? Wat doet een 'Christen' elke dag ? Zijn orthopraxie ? Het 'Onze Vader' bidden.

Dat 'bidden' een verderzetting is van het Hebreeuwse 'sippur' uit SY komt later aan de orde. Wat we hier wensen aan te stippen is het feit dat het 'Onze Vader' een qabalistische code bevat die het ons mogelijk maakt beide tradities te zien vanuit YHVH. Dit betekent dat we het bewust gebruik van een hyper-dimensie laten groeien door te verblijven in een extra-temporele aanschouwing van een universeel en absoluut (losgemaakt) hyper-zijn dat overal en altijd het particulier en relatief (gebonden) doen doorzichtbaar & verlichtend doordringt.

Kether
Onze Vader die in de Hemelen zijt ;
Chockmah
Geheiligd en heiligend zij Uw Naam ;
Binah
Uw Rijk kome ;
Daath Uw Wil geschiedde op Aarde als in de Hemel ;
Tiphareth
Geef ons heden ons dagelijks brood ;
Chesed
En vergeef ons ;
Geburah
Zoals wij vergeven ;
Paroketh
Leid ons niet in bekoring ;
Qlipoth
Maar verlos ons, want uit U komen :
Malkuth
het Koninkrijk ;
Yesod
de Machten ;
Hod
en de Heerlijkheid ;
Netzach
tot in de Eeuwigheid der Eeuwigheid,
Amen.

(4) El Shaddai
Genadig en Welwillend
Verheven en Groot
Verblijvend in de eeuwigheid
Wiens Naam Heilig is -
Hij is nobel en heilig

De Sephiroth worden van beneden naar boven beschreven. 'El Shaddai' betekent 'Almachtige God' of ook 'Omnipotente Almacht', en wordt met Yesod geassocieerd. 'El Shaddai' leert ons dat God in 'vlees en bloed' incarneren kan (Hij verscheen aan Abraham, Isaac en Jacob, viz. Exodus 6:3). Het visioen van de Wijsheid (Chockmah) wordt een ontmoeting met Yah 'van aangezicht tot aangezicht' genoemd. De profeten moeten Yah direct en onbemiddeld ontmoeten, willen zij voor de rest van hun bestaan doordrongen worden van Zijn Aanwezigheid. Omdat zulks niet in overeenstemming is met het wezen van de mens, wordt eraan toegevoegd dat hij die Hem (als Demiurg of Yah) ziet sterft.

De Negende Uitspraak "El Shaddai el Chaiim" betekent zoveel als "Almachtige God van het Leven en de Levens". Immers, de condensatie van Zijn Licht tot één hyper-zijn (Kether) reflecteert als het licht der eeuwigheid (Tiphareth) en verschijnt in Yesod als het licht van het leven vooraleer het zich manifesteert als fysiek licht (Malkuth). Het moet dus duidelijk zijn dat alle levensvormen hun wezen bestendigd zien door de permanente actie die van Zijn Licht (dat in verschillende 'condensatievormen' aanwezig is) uitgaat. Volgende Sephiroth kanaliseren Gods verlichtende werking zonder omwegen (langs het zogenaamde 'Gouden middenpad') :

Kether één lichtfontein of punt van alternatie

(1) tussen Zijn Licht en 't licht der Kosmos ;

Tiphareth ideaal middenpunt tussen de kosmische

(6) lichtwereld & de fysieke manifestatie ;

Yesod particularisatie & vormgeving van het

(9) licht als vele levensmogelijkheden ;

Malkuth manifestatie van door licht geanimeerde

(10) levensvormen in de fysieke wereld, die

optimaal verwijderd zijn van God zonder hun levensvatbaarheid te verliezen.

De uitspraak "Genadig en Welwillend' vat de grondkwaliteit van de volgende zes Sephiroth samen : Chesed (4), Geburah (5), Tiphareth (6), Netzach (7) & Hod (8). "Verheven en Groot" verwijst naar Binah (3), terwijl "Verblijvend in de eeuwigheid" Chockmah (2) aanspreekt. "Wiens naam Heilig is" staat voor Kether (1), terwijl "Hij is nobel en heilig" de oorspronkelijke Oneindige Ruimte van mogelijkheden aangeeft (Ain Soph Aur).

We zien dus dat Kether zichzelf negen maal differentieert. Door elke Uitspraak wordt de lichtfontein meer en meer opengevouwen. Uiteindelijk bereikt de lichtstroom een punt dat dermate van Gods Eenvoud verwijderd is dat het enkel en alleen naar God terugkeren kan (wil het in leven blijven). Malkuth rust echter op Chaos ... Malkuth, de ultieme manifestatie van God (de Aarde als Koninkrijk), is als eerste onderworpen aan de poging (uitgaande van Satans anti-leven) het kosmisch licht te doven en het leven te ketenen (zodat het niet meer groeien kan en dus uiteindelijk degenereert).

De Tien Uitspraken die de Negen Sephiroth binnen Kether laten ontstaan zijn :

Getal Sephira Sfeer Godsnaam
1 Kether Kroon AHYH
2 Chockmah Wijsheid YHVH
3 Binah Begrip YHVH Elohîm
4 Chesed Genade El
5 Geburah Strengheid Elohîm Gibor
6 Tiphareth Schoonheid Adonai Elohîm
7 Netzach Overwinning YHVH Tzabaoth
8 Hod Luister Elohîm Tzabaoth
9 Yesod Grondslag Shaddai el Chaiim
10 Malkuth Koninkrijk Adonai Melech

(5) En Hij schiep Zijn Kosmos
met drie boeken,
met tekst
met getal
& met sippur.

Tetragrammaton betreft de scheppingsformule, de 'opperste code' aangaande de oorspronkelijke regeling (en) (de Zodiac als symbool voor 'alle Tijdperken') tussen de mens op Aarde en zijn Schepper. Een menselijk bewustzijn is 'wijs' zodra het deze formule permanent mentaal uitvoert. Scheppen vraagt dus in de eerste plaats om een permanente staat van verwondering. Hierin openbaart zich dan de oorspronkelijke uniciteit van elk gegeven ogenblik (de eeuwigheid van het 'hier & nu'), waardoor (een waarheidsbarende) intuïtie mogelijk wordt. Deze is niet verbaal & niet discursief. Bijgevolg valt ze buiten de mogelijkheden van het denken. Het betreft een direct waarheidsbarende 'niet-wetende kennis'.

'Sepher' (boek) heeft dezelfde wortel als 'Sephirah'. Elk 'boek' vertelt iets over de wijze waarop de 10 Sephiroth functioneren. Dit betekent dat de qabalah hier als bewustzijnsact wordt omschreven, en wel om al scheppend gelukkig te leven & zo te blijven leven.

De 10 Uitspraken (& Sephiroth) & de 22 Fundamentele Letters vormen een gestructureerd model (of Boom van het Leven). Dit model is een 'tekst' (sephar), een blauwdruk van het (Goddelijk) Intellect. De Bijbelse uitspraak 'En God sprak' (343) toont de verwantschap aan tussen tekst (of taal), 'spreker' & het geschapene.

De Tien Uitspraken (tekst) worden door de Demiurg uitgesproken. Door ze 'uit te spreken' (ademtocht met tekst te vervoegen) wordt Kosmos geschapen. Kosmos (als regeling) is Zijn Uitspraak ; Zijn welgeordende Ademtocht (ruach) ... Ook : Kosmos is de 'levende' tekst van de Schepper. De grenzen van de scheppende tekst omsluiten dus al het geschapene.

De Sephiroth emaneren uit Kether zonder Kether te verlaten. De natuurlijke getallen zijn allen een veelvoud van 1. Getal (sephar) toont aan dat niettegenstaande Hij 10 maal sprak, Hij wezenlijk maar één keer gesproken heeft. Elk getal drukt de eenheid opnieuw uit, echter telkens vanuit een nieuw perspectief. Hierdoor bestaat Kosmos 'in de tijd'.

Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'. Aan de vierdimensionale 'kubus' van het Aardse bestaan wordt een vijfde 'hyper'-dimensie toegevoegd. De spirituele dimensie gaat over de 'nominale' empirisch-formele werkelijkheid heen. Ze veronderstelt een intuïtieve aanschouwing van Kosmos die enkel gegeven is zodra het intellect volledig begrijpt waarom & hoe het principe van het niet-weten (agnosia) het gehele rationele gebeuren doordringt. Nà zich op deze wijze te hebben geledigd, groeit de Wijsheid als een permanent bewustzijn van de voorschijn van het vele in het licht van de impliciete éénmakende horizon (de Demiurg). De Wijsheid drukt zich uit in een Magister (Binah) waarin de scheppingsvoorwaarden begrijpbaar neergeslagen worden.

Het wordt duidelijk dat het scheppend bewustzijn met behulp van tekst & getal het spreken van de Schepper nabootst door de scheppende intentie te vervoegen met ademtocht. 'Ademtocht' is het medium tussen de micro & macro-Kosmos. Door het 'woord' (tekst & getal) op een correcte wijze 'uit te spreken' worden de fijnstoffelijke voorwaarden gecreëerd die de realisatie van de intentie mogelijk maken.

'Sippur' betreft dus de vorming van een 'noëtische vorm' (gedachtevorm) die onder invloed van de 'verlichting' door 'ademtocht' geactiveerd wordt & materialiseert (vgl. de vorming van een 'golem').

Zodra de mens in staat is te scheppen in overeenstemming met het 'kosmisch plan', zullen zijn scheppingsdaden zich (geholpen door de kosmische inertie) aanwijsbaar, snel, discreet & in goede orde manifesteren. In het andere geval wordt de qabalist door het 'Jehovitische Vuur' verslonden ; immers, niemand mag de Naam op een lichtzinnige wijze gebruiken ! De Wijze vreest de Heer. Immers, is iets menselijks hem vreemd ?

De term 'Sephira' is ook met 'sippur' verwant. Elke Sephira vormt een kanaal tussen de Demiurg en de mens. De mens kan via de Sephiroth opklimmen en met alle aspecten van Kosmos communiceren. Uiteindelijk bereikt de mens Kether, en wordt hij één met het mysterie van de lichtwording. Dan, net als Enoch, ervaart hij Zijn Gelaat direct ! Net als Metatron overleeft hij dit als mens niet. Hij transhumaniseert (transfigureert).

'Sippur' staat echter ook voor een welbepaalde 'spirituele' communicatietechniek ; d.w.z. het bewustzijn moet beschikken over een 'formule' waarin de onderscheiden stappen of trappen naar Kether ordelijk worden samengevat (een 'Scala Perfectionis'). Tetragrammaton is de qabalistische formule die het ontstaan van de 10 Sephiroth in 4 'werelden' of 'kosmische frequentiebanden' beschrijft. De 'Boom van het Leven' vormt een 'ladder' (van Jacob) tussen 'hemel' en 'aarde' . Deze wordt door de qabalist beklommen met de bedoeling optimaal te communiceren met Kosmos & om zodoende co-creatief het gelukkige leven te realiseren. Door de code van Kosmos te kennen, krijgt hij weet van de kosmische eeuwigheid.

De emanatie (wording van Kosmos) gebeurde in vier 'banden' of 'strata'. De zuivere lichtwereld emaneerde als eerste. Deze wereld vat de universele scheppingsprincipes samen die eigen zijn aan het licht der Kosmos (het vormeloze 'lichtlichaam' van de Demiurg).

Gezien vanuit Zijn Licht vertelt deze wereld iets over hoe God Zijn Licht repolariseert ; hoe het licht van de Demiurg de Schaduw van Zijn Licht is. Nà Atziluth (Vuur/Yod) komen de werelden der manifestatie :

a) de wereld der scheppende ideeën (He/Water) ;
b) de wereld van de beeldende vorm (Vau/Lucht) en
c) de wereld der realisatie (Hé/Aarde), de 'nominale', vierdimensionale werkelijkheid (waarin spirituele energie een onomkeerbare dichtheid vertoont).

'Sippur' impliceert een bewustzijn dat thuis is in alle werelden. Dat m.a.w. in staat is vanuit Assiah op te klimmen en via de Sephiroth en de Paden (of Fundamentele Letters) Atziluth te bereiken. Dit gebeurt met behulp van 'tekst' & 'ademtocht' (correcte uitspraak).

De verwantschap met 'bidden' ligt voor het grijpen. Het is mogelijk de Mosaïsche Wet (Tien Geboden) met de 10 Sephiroth en de centrale Christelijke gebeden (het 'Onze Vader' & de Bergrede) door te verbinden. Zodoende beschikken we over een 'tekst' die vervoegd met 'ademtocht' in staat is een levende spirituele vibratie aan het bewustzijn toe te voegen (waardoor het co-creatief participeren kan). Hierdoor wordt het duidelijk dat Yah en Christus twee 'actualiserende' benamingen zijn voor YHVH, de Naam van de Demiurg. Yah actualiseert de Naam voor wat het Ram-tijdperk betreft ; Christus voor wat het Vissen-tijdperk aangaat. Moge de continuïteit die we tekstueel kunnen opmerken tussen beide actualiseringen van het convenant tussen God en de mens, bijdragen tot een nauwkeurige bepaling van de 'Wet' van Aquarius. Immers, ook deze Wet zal de onuitspreekbare scheppende Naam Gods hanteren ...

De 'tekst' van Abraham, Mozes & Jezus.

Een Eenheidsgebed.

1. AHYH : Ik ben (die ik ben)

"Ik ben YHVH Uw God (...) Naast Mij zult gij geen andere goden hebben." ;

"Onze Vader die in de hemelen zijt." ;

"Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen." ;

2. YHVH : Gods Naam

"Gij zult geen beelden maken (...)" ;

"Geheiligd zij Uw Naam." ;

"Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten." ;

3. YHVH Elohim : de Naam van Goden & Godinnen

"Gij zult de Naam (...) niet misbruiken (...)" ;

"Uw Rijk kome." ;

"Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden."

------ YHVH eloa'v Daath : de alwetende Naam -------

"Uw Wil geschiede op Aarde als in de Hemel." ;

(in naam van Christus)

4. El : God

"Onderhoud de Sabbat (...)" ;

"en vergeef ons onze schulden" ;

"Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden." ;

5. Elohim Gibor : God Almachtig

"Eer uw vader en moeder (...)" ;

"zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren." ;

"Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden." ;

6. Adonai Elohim : de Heer van Goden & Godinnen

"Gij zult niet doden." ;

"Geef ons heden ons dagelijks brood" ;

"Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien."

Paroketh --- "En leid ons niet in bekoring" ; ---

7. YHVH Tzabbaoth : God der Heerscharen

"Gij zult geen echtbreuk plegen." ;

"tot in de Eeuwigheid der Eeuwigheid. Amen.".

"Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden." ;

8. Elohim Tzabbaoth : Goden & Godinnen der Heer- scharen

"Gij zult niet stelen." ;

"en de Heerlijkheid" ;

"Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der Hemelen." ;

9. Shaddai el Chaiim : de Almachtige Levende God

"Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen."

"de Machten" ;

"Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil." ;

Qlipoth -- "maar verlos ons van het kwade, want uit U komen : "

10. Adonai Melekh : de Heer die Koning is

"Gij zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste."

"het Koninkrijk" ;

"Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.".

De eerste drie verzen vatten de grondbepalingen eigen aan de 'Goddelijke' wereld van Atziluth samen. De Demiurg heeft een permanente en ultieme identiteit. Deze 'permanentie' wordt enkel doorbroken aan het eind van een kosmische cyclus (wanneer God de holte waarin Hij Kosmos schiep terug opvult met Zijn Licht, d.w.z. wanneer Hij het Jubileum van Kosmos viert).

Zij is ultiem omdat er in de geschapen orde geen enkele kracht of instantie bestaat die een vergelijkbare 'zijnsintensiteit' bezit. Het 'hoger bestaan' van de Demiurg betreft een 'hyper-zijn', dat verder staat dan 'werkelijk' (Kosmos) & 'mogelijk' (God). Daarom is het menselijk intellect (dat in het beste geval in staat is te 'begrijpen') onmachtig om de geschapen & scheppende Demiurg te omschrijven. Zijn 'potentie' als Lichttransformator betreft immers de limiet van de eenheid (1) gedeeld door het 'niets' (of virtueel 'alles') van de vol-leegte (0), m.a.w. benadert oneindig.

'Ik ben die ik ben' (Ehyeh Asher Ehyeh - 543) wordt ook vertaald als 'Ik ben wat (ik) ben' of als 'Ik ben dat (ik) ben'. Deze Eerste Uitspraak maakt de gehele Kosmos mogelijk. Zij definieert het 'hyper-zijn' van de Demiurg ; Hij die zijn eigen zijn is (zijn eigen gerealiseerde mogelijkheid). Daarom is er in Kosmos geen ander buiten Hem. Zonder enige breuklijn is Hij het 'Opperste Zijn'. Net omdat we het over een hyper-zijn hebben, omvat dit Demiurgisch bestaan zowel het 'werkelijke' als het 'mogelijke'. Als alternatiepunt tussen Gods Eenvoud en Zijn Kosmos blijft de 'Vader' onvatbaar en wezenlijk anders dan enig creatuur.

De 'hemelse' staat van de Vader wijst erop dat Hij in de voortdurende aanschouwing van Zijn Licht is.

De 'heiligheid' van Zijn Naam (of Zoon) heeft alles te maken met het feit dat het wezen ervan abstract is (d.w.z. geen 'vorm' kent). Het unieke scheppingswoord kàn niet in vormen gevat worden (ook niet in 'woorden').

De rijkdom gegeven door de Naam is het resultaat van een juist gebruik ervan. Indien het bewustzijn met toewijding, liefde en ontzag de Naam Gods uitspreekt, dan treedt het binnen in het 'Rijk der Hemelen' dat 'in de mens is', d.w.z. zich potentieel in zijn bewustzijn schuil houdt (de Heilige Geest of Binah).


1:2

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
en 22 Fundamentele Letters :
Drie Moeders,
Zeven Dubbele
en Twaalf Elementalen.

Commentaar :

Abraham zal in deze en volgende paragrafen de 'onuitspreekbare' Sephiroth nader toelichten. Hiermee wordt het duidelijk dat zij bedoeld zijn als de 'sporten' van een ladder tussen hemel & aarde (vgl. de Ladder van Jacob). Zij vormen 'kanalen' tussen boven en beneden. Het bewustzijn is in staat via de Sephiroth in direct contact te komen met de bron van het licht : Kether. De Sephiroth mogen niet 'vereerd' worden (of voorwerp worden van gebeden). Méér : het is niet mogelijk de Sephiroth te beschrijven. Terwijl de paden individuele expressievormen zijn, komt er niets uit de fysieke wereld overeen met de Sephiroth. Samen vormen zij het spirito-mathematisch netwerk van kernpunten dat de gehele Kosmos in leven houdt, elke Sephira op haar stratum van de kosmische werkelijkheid.

Toch kunnen we ze begrijpen als de 'energieknooppunten' van de Demiurg, en vormen ze samen het 'lichtlichaam' van de Schepper. Het bewustzijn kan zich 'openen' voor de lichtfrequentie eigen aan elke Sephira & kan via 'imitatio' (of 'resonantie') mee gaan trillen met een bepaalde Sephira.

Lukt het bewustzijn erin deze frequentie bij wil (bemiddeld of onbemiddeld) op te roepen dan en slechts dan is er sprake van een 'inwijding' in de betrokken Sephira (waarna aan dat bewustzijn een blijvende 'graad' wordt toegekend). Het is duidelijk dat de Sephiroth achtereenvolgens van Malkuth (10) tot Kether (1) geassimileerd moeten worden. Het is dus niet mogelijk de graad van Hod te verwerven zonder eerst de graden van Malkuth & Yesod te hebben behaald. Deze 'inwijdingsgraden' vormen een systeem ter classificatie van 'meta-nominale' bewustzijnstoestanden. Tevens vormen zij de hiërarchie in elke 'school van qabalah'. Onafgezien van het feit dat elk bewustzijn in principe Kether bereiken kan, heeft elk bewustzijn een eigen frequentietype.

De benamingen van de inwijdingsgraden kunnen als volgt neergeschreven worden :

0° Elkeen
00° Madrigaal
000° Probationer

-------------------- de Poort -----------------------

Eerste Orde : exoterisch : de Tuin

Sephiroth Inwijdingsgraad Inwijdingsnaam
10 (Malkuth) Zelator
9 (Yesod) Theoreticus
8 (Hod) Practicus
7 (Netzach) Philosophus

------------------ de Sluier -------------------------

Tweede Orde : esoterisch : het Heiligdom

6 (Tiphareth) Adeptus Minor
5 (Geburah) Adeptus Mayor
4 (Chesed) Adeptus Exemptus

-o-o-o-o-o-o-o- Afgrond (boven) -o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

Derde Orde : theürgisch : het Sanctum Sanctorum

3 (Binah) Magister Templi
2 (Chockmah) Magus
1 (Kether) 10° Ipsissimus

------------------ de negatieve Sluiers ------------------

000 Ain Sof Aur
00 Ain Sof
0 Ain

De 'eerste orde' betreft een school, toegankelijk voor al diegenen die de preliminaire stadia afronden met de 'Eed van Probationer'. Ieder mens is zo mogelijk kandidaat (0° ). Enkel wanneer de mens in staat is 'te zingen over God' (00° ), bestaat er een kans dat een dergelijke eed in alle ernst afgelegd kan worden ! Het betreft de afspraak niets te ontzien in de zoektocht naar het licht.

De 'tweede orde' omvat een gesloten groep van Adepten (die hun Zelf realiseerden). Zij verrichten het 'Grote Werk' ter instandhouding van de Traditie (in het Westen). De 'derde orde' betreft een opdracht in het onzichtbare ter verlichting van de mensheid. Deze ingewijden treden steeds individueel op (als theürgen).

Willen we 22 verbindingen leggen tussen 10 punten, dan ontstaat er een figuur die door 3 horizontalen, 7 vertikalen en 12 diagonalen gekarakteriseerd wordt. Dit is de 'volmaakte' Boom des Levens (de Boom die de Goddelijke Eenvoud uitdrukt). Deze Boom heeft geen 11de pseudo-Sephira, wat aangeeft dat volmaaktheid het onderscheid tussen 'goed' en 'kwaad' niet kent. Immers, Gods Eenvoud wijst zichzelf op geen enkel punt van zichzelf af.

Anders is het gesteld met de 'onvolmaakte' Boom (die de Kosmos weergeeft). Hier treffen we een Afgrond aan tussen Atziluth & Briah en tussen Yetzirah & Assiah. Deze wijzen erop dat door het niet-zijn van Chaos er een radicaal onderscheid is tussen enerzijds het 'Goddelijk' aspect van Kosmos (Atziluth) & het Actief Intellect (de 'nous' - Briah) en anderzijds de meta-nominale realia (Yetzirah/Briah/Atziluth) en de fysieke, zintuiglijke wereld (Assiah). Al dit verwijst naar Malkuth. Verheffen we immers de 10de Sephira tot de positie van Daath (bovenste Afgrond), dan en slechts dan wordt de 'onvolmaakte' Boom 'volmaakt' ... Inderdaad, Malkuth 'rust' op de Omgekeerde Boom van Chaos. Het is in het fysieke (of ondermaanse) dat het bewustzijn met chaotische invloeden af te rekenen heeft. Daath betreft de kennis van het onderscheid tussen 'goed' en 'kwaad' (door de mens gezocht & eerste oorzaak van zijn 'val' in de materie). Zodra hij deze 'kennis' echt bezit is hij 'een God-mens'. Zijn bewustzijn leeft dan 'volmaakt' gelukkig.

De 22 Fundamentele Letters verbinden de 10 onuitspreekbare Sephiroth. De 3 horizontalen worden 'moeders' genoemd, omdat de Letters op zich voor het begrijpend intellect (Binah) staan (de 7 vertikalen hebben met de traditionele planeten te maken & worden gevormd door 7 'dubbele' Letters). De 12 diagonalen komen met de 12 tekens van de tropische Zodiak overeen (ecliptica).

De Paden Getal Astrologie
Kether 1 Uranus
Chockmah 2 Neptunus
Binah 3 Pluto
Chesed 4 Jupiter
Geburah 5 Mars
Tiphareth 6 Zon
Netzach 7 Venus
Hod 8 Mercurius
Yesod 9 Maan
Malkuth 10 Saturnus Gematria Tarot*
Aleph 11 Lucht/Uranus 1 0 of XXII.Fool
Beth 12 Mercurius 2 I.Magus
Gimel 13 Maan 3 II.High Priestess
Daleth 14 Venus 4 III.Empress
He 15 Aries 5 IV.Emperor
Vau 16 Taurus 6 V.High Priest
Zain 17 Gemini 7 VI.Lovers
Cheth 18 Cancer 8 VII.Chariot
Teth 19 Leo 9 VIII.Force
Yod 20 Virgo 10 IX.Hermit
Kaph 21 Jupiter 20 - 500 X.Fortune
Lamed 22 Libra 30 XI.Justice
Mem 23 Water/Neptunus 40 - 600 XII.Hanged
Nun 24 Scorpio 50 - 700 XIII.Death
Sameth 25 Sagittarius 60 XIV.Adjustment
Ayin 26 Capricornus 70 XV.Devil
Pe 27 Mars 80 - 800 XVI.Tower
Tzaddi 28 Aquarius 90 - 900 XVII.Star
Qoph 29 Pisces 100 XVIII.Moon
Resh 30 Zon 200 XIX.Sun
Shin 31 Vuur/Pluto 300 XX.Judgement
Tav 32 Aarde/Saturnus 400 XXI.Universe

(*) Het toekennen van Tarot-correspondenties is typisch voor de occulte benadering van de qabalah uit de 19de, begin 20ste eeuw (Lévi, Papus, Waite, Mathers, Westcott, Fortune, Regardie). Niettegenstaande er ook tamelijk veel "pseudologica fantastica" in terug te vinden is, kunnen we deze toekenning zeer eenvoudig reconstrueren. Het betreft namelijk een parallellisme tussen de betekenis van de reeds in de Sepher Yetzirah (hoofdstukken 6 t.e.m.8) aangehaalde astrologische zin van elke Hebreeuwse letter met de opeenvolgende 22 Tarot-kaarten die allen een duidelijke astrologisch-alchemistische inhoud kennen.

Het moet duidelijk zijn, dat door tetragrammatonisch gebruik te maken van de Letters de krachtpunten voorgesteld door de Sephiroth door een levend weefsel met elkaar verbonden worden. De Boom des Levens is dus a) (objectief) het produkt van 9 modulaties van 1 lichtenergie (de Sephiroth) én b) (subjectief) de 22 componenten van een universele semantiek die de uitdrukking is van het verleden, ancesteraal gebruik van de Sephiroth door qabalisten & de spirituele mensheid (alle mensen uit het verleden die 'gelukkig' verbonden zijn aan een convenant tussen zichzelf & hun Schepper).

De Letters vormen bijgevolg (als 'Paden') de 'arcana' van de Traditie ; de archetypische vormen van het ancesteraal spiritueel overlevingsgedrag uitgaande van T :

Y : bevestiging : aanvang van de identificatie ;
H : ontkenning : contradictie van de identificatie ;
V : interactie : confrontatie met deze tegenstelling ;
H : resultaat : feitelijk einde van dynamiek & verloop.

De Sephiroth daarentegen zijn de lichtbakens die ervoor zorgen dat elk Pad een begin en een einde kent. Zij vormen modulaties van het Ene Licht-Thema (dat de gehele Kosmos én het convenant tussen mens & God altijd & overal doordringt). Zij worden voor elkaar bereikbaar door & met de werking van de Letters.

Een mens die de Letters via T in resonantie met de traditionele 'arcana' ('egregoren') uitspreekt, treedt toe tot de 'Westerse Traditie', die aanvangt in Mesopotamië, zich ontwikkelt ten tijde van de Oude Egyptenaren & de Greco-Romeinen, om tenslotte als 'underground movement' verder uit te groeien in de Middeleeuwen tot 'mystiek', 'Orientale Lumen', qabalistiek, 'Ordo Templi' & Vrijmetselarij, om tenslotte opnieuw in het daglicht te verschijnen aan het einde van de XIXde eeuw in haar ceremoniële ('Golden Dawn') & theosofische gestalte. In onze eeuw is zij verplicht duidelijker dan ooit tevoren zich te onderscheiden van Chaoïsme, neo-Satanisme (OTO) & de diep gewortelde Cultus van de Boom des Doods. Enkel hierdoor kan deze Traditie inderdaad uitmonden in het ideaal van de Westerse Traditie : een gelukkige gemeenschap van mensen, die op Aarde de universele Wet, duurzame groei, harmonie, levende kennis & licht realiseren.


1:3

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
in het getal van tien vingers
vijf tegenover vijf
met een éénmakend convenant
precies in het midden
in de circumcisie van de tong
en in de circumcisie van de fallus.

Commentaar :

Reeds enkele malen was er sprake van een 'convenant' tussen God & mens (via Abraham). Deze 'overeenkomst' illustreert de 'heilige' relatie tussen de Schepper van de Kosmos en de mens op Aarde. Laten we deze idee nederig aanschouwen. De mens staat immers niet in het centrum van de fysieke werkelijkheid. In deze werkelijkheid is hij slechts één van de vele gerealiseerde mogelijkheden van de universele scheppingsgedachte neergelegd in T & uitgevoerd door het Actief Intellect (in de vorm van vele Zelven die elk één unieke frequentie van het Ene Licht uitdrukken willen). Wat voor bijzonders heeft de mens dat hij aanspraak zou kunnen maken op een bijzonder, 'heilig' convenant ?

De val van Lucifer (naar Satan) heeft te maken met het feit dat de Demiurg de 'mens' uitdacht. De 'mens' zou in de Kosmos zijn maar niet van de Kosmos zijn ... De 'mens' zou in staat zijn met zijn wil de Natuurkrachten te bevelen. Tegelijkertijd zou hij aan deze Natuurkrachten gebonden blijven, en nà verkeerde keuzes hierdoor 'vallen'. De 'mens' zou het resultaat zijn van de deling van het 'Goddelijke' van de Kosmos door de 'entropie' van de kosmische dans ... Satan (razend omdat Hij van plan was aan een ander creatuur -dan Satan- een 'vrije wil' te geven) & Lucifer (benieuwd of de mens zich niet in de kosmische dans zou gaan verliezen) bereiden het Chaotisch anti-leven voor waaruit de 'gevallen mens' uiteindelijk kan 'heropstaan' ... Net omdat de mens een 'borderline creature' is (en dus voortdurend pendelt tussen "l'infini et le néant") begrijpt SY de relatie tussen de mens & de Demiurg als een 'convenant', een noodzakelijke overeenkomst die bijdraagt tot een gezamelijke vrucht, m.a.w. geluk voor heel de mensheid.

In de fysieke wereld manifesteert dat convenant zich enkel in het 'extreem grote' (cosmologie) en 'extreem kleine' (quantummechanica), d.w.z. aan de 'borderline' van het zintuiglijk spectrum. Het blijft echter sprakeloos & paradoxaal. Zelfs de meest geleerde wetenschapper is niet in staat iets zinnigs daarover te vertellen. Zijn 'paradigma' is hiervoor niet uitgerust of geroepen. In de meta-nominale werkelijkheid is daarentegen het convenant eenvoudig vast te stellen, want een mens die zich realiseert, vindt innerlijk geluk. M.a.w. het 'meta-nominaal' convenant gebruikt de fysieke wereld als 'substraat' of 'prima materia' voor een transformerende doorstraling. Op deze wijze komt het convenant neer op een beweging die vertrekt vanuit de innerlijkheid (meta-nominale) & naar buiten treedt als een tedere & discrete 'doorstraling' van elk 'ander' met licht.

Uit de 32 'paden' kunnen de 'termen' van de overeenkomst afgeleid worden. Uit de 'eeuwige' Naam (YHVH) komt een 'tijdelijke' Wet. De 'onsterfelijke' Naam staat in tekens op onze 'sterfelijkheid' uitgeschreven. Zo komen de 10 Sephiroth van de Boom des Levens overeen met de tien vingers van de handen, de 10 tenen met de 10 Qlipoth (of chaotische omkeringen) van de Boom des Doods. Zoals blijkt bestaat de Boom uit drie vertikalen of 'Pilaren' :

Links (zwart) Midden (goud) Rechter (Wit)
Shin Mem Aleph
Sulphur Sal Mercurium
Ritualistiek Mystiek Agogiek

Als we op deze wijze de Sephiroth bewust polariseren dan wordt onze aandacht onverwijld naar 'het midden' getrokken. De polarisatie tussen Links & Rechts is een noodzakelijke voorwaarde om een Midden Pilaar te bekomen die ontstaat als gevolg van de spanning die bewust tussen Linker- & Rechterpool geschapen werd. De Midden Pilaar impliceert dat de polaire posities harmoniseren (equilibreren) waardoor groei en manifestatie van het resultaat mogelijk worden. M.a.w. het 'midden' betreft de 'Gulden Middenweg' (de 'Gulden Snede') die mogelijk wordt zodra de polen als twee tegendelen begrepen worden (en niet als tegenstellingen).

De polariteit mens/God is dus vergelijkbaar met de polariteit tussen Linker & Rechter Pilaar. Onoverbrugbaar wanneer Links de absolute tegenstelling van Rechts is (en vice versa). Geharmoniseerd zodra Links een onderdeeltje van Rechts overneemt en Rechts een gelijk onderdeeltje van Links opneemt. Het convenant is dus 'éénmakend' omdat het :

a) polariteit schept om ze vervolgens
b) te harmoniseren door elkaar uitsluitende en absolute consideraties inzake dualiteit te verlaten zodat
c) een Midden Pilaar geschapen wordt. De ware qabalist is bijgevolg steeds een mysticus (ca).

SY geeft ons twee voorwaarden ter vervulling van het convenant (van de Midden Pilaar) :

a) de besnijdenis van de tong : Milah ('circumcisie') betekent ook 'woord'. Bijgevolg kunnen we ook vertalen : "in een woord van de tong" . 'Qabalah' betekent trouwens (naast 'traditie') ook 'van mond tot oor'. Wat betekent deze 'besnijdenis' ?

- het kunnen gebruiken van de geheimen van het Hebreeuws ; het kennen & beschermen (door stilte) van de geheimen van de Torah en het vlot kunnen spreken ;
- het naleven van alle eden en afspraken ;
- het kunnen zwijgen waar dat nodig is.

b) de besnijdenis van de fallus : in Leviticus 12:3 vinden we dat de besnijdenis op de 8ste dag plaatsgreep. In 6 dagen werd Kosmos geschapen. De 7de dag of Sabbath (focus punt van deze Kosmos) betrof de perfectie van de gemanifesteerde werkelijkheid. De 8ste dag vertelde iets over de meta-nominale (subtiele) werkelijkheid (Yetzirah, Briah & Atziluth).

Inzake seksueel-erotische energie het volgende :

- de besnijdenis van de fallus is een fysiek teken waardoor zij die SY letterlijk nemen elkaar kunnen herkennen. Dit kadert in de fysieke interpretatie van Israël. Toch is er méér (niet alle besneden mannen genieten immers van het geluk dat voortvloeit uit het convenant). De besnijdenis is (naast teken) ook een belijdenis. Door de 'fallus te tekenen' (wat niet noodzakelijk fysiek gebeurt) aanvaardt de man dat hij zijn seksueel-erotische energie naar spirituele doelen moet sturen ; m.a.w. de mens moet de gedachten, verlangens, gevoelens en emoties die met seksualiteit en erotiek samengaan transformeren in een nieuwe soort 'energie' die haar wortels heeft in het 'hemelse' (niet in het 'aardse'). Hij moet deze energie aanbieden aan het spiritualisatieproces dat hem dan naar het gelukkige leven voert. Daar zij in haar natuurlijke staat op Chaos rust, zal de keuze voor het spirituele het verzet van Chaos uitlokken (door de échte mens overwonnen).

- in tegenstelling tot de Katholieke (Paulinische) afwijzing van seksueel-erotische energie in het licht van hun versie van het 'Christelijk spiritualisatieproces' (verdringing in plaats van transformatie) wil SY ons duidelijk maken dat het de bedoeling is 'onthechting' te leren en te duiden in en door de seksueel-erotische handeling zelf ! In die zin leunt SY duidelijk aan bij Oosterse tradities (zoals Taoïsme & Tantra) : enkel door seks & erotiek kan men beide meester worden en gebruiken voor de verdere spiritualisatie van het bewustzijn. Het is duidelijk dat de risico's te 'vervallen' groot zijn. Het is echter door eerst een dergelijke spanning in te roepen (en vervolgens te overstijgen) dat de qabalist een authentieke relatie onderhoudt met deze kernenergie van de psychologie van de mens.

- de fallus (hét symbool van de mannelijke creativiteit) besnijden betekent de kern van het 'aardse' opdragen aan het 'hemelse'. Als we weten dat de Vau (van T) evenals de fallus met Tiphareth (6) geassocieerd worden, dan begrijpen we dat nà het fundament geleverd door de keuze (9) enkel opoffering in de daad Zelfrealisatie geeft. Dit betekent dat de man leert tot orgasme te komen zonder zijn zaad te ejaculeren (een buitengewone, levensgevende besparing van energie) ...


1:4

Tien Onuitspreekbare Sephiroth
tien en geen negen
tien en geen elf
Begrijp met Wijsheid
Wees wijs met Begrip
Onderzoek met hen
en peil vanuit hen
Plaats elk ding op diens wezen
En laat de Vormer op Zijn Fundament zitten.

Commentaar :

Ziehier de pijler van de gehele qabalistische wijsbegeerte. Het betreft een mathematische 'metafysica', een methodologie, een onderzoeksobject en een theogonie.

Al het geschapene (inclusief de Demiurg) of Kosmos (objectief) is identiek aan de eerste 10 getallen uit de Natuurlijke Verzameling zonder 0. Het niet-geschapene (God & Chaos) wordt vergeleken met 0. God op een positieve wijze (vol-ledigheid) & Chaos op een negatieve wijze (het niet-bestaan). Kosmos is niet negen (waardoor (0) God = (1) Kether zou gelden), d.w.z. God (0) is steeds logisch eerst. Kosmos is niet elf (waardoor God onderdeel zou worden van de Sephiroth die binnen de natuurlijke logica van de verzamelingenreeks noodzakelijk slechts 10 van getal kunnen zijn), d.w.z. God staat buiten Zijn Kosmos.

Omdat de qabalist (subjectief) in de Kosmos aanwezig is (deels onderhevig is aan dimensionale beperking) kan hij niet anders dan ervoor zorgen dat zijn 'weten' een 'levende kennis' (Daath) is, d.w.z. afgestemd is op de cycli van het kosmisch (gemanifesteerd) bestaan. Daath bezitten betekent eerst 'begrijpen met wijsheid', d.w.z. een getransformeerd 'praktisch weten' (Hod & Geburah) of 'Binah' (Begrip) gebruiken. Een dergelijk 'begrijpen' is de 'apex' van een Briahtisch rationeel model van de Kosmos (onderdeel van het Actief Intellect) dat in tegenstelling tot de redelijke kennis (formeel-empirische 'wetenschappelijke' kennis) wél intuïtie vat.

De intuïtieve kennis volgt op de rationele kennis.

Zoals bij Spinoza wordt bij de qabalisten (Spinoza bekend via Maimonides) de rationele kennis door de 'intuïtieve kennis' bekroond. Deze vorm van kennis impliceert het direct & onmiddellijk kennen van de 'naaste' (eerste) oorzaak van een bepaalde werkelijkheid, het vatten van haar 'causa proxima' door een schouwen in de eigen (geoptimaliseerde) ratio (de grondvoorwaarde voor de groei van Daath door levenservaring). Deze kennis gaat samen met een éénmalige betreding van het 'Sanctum Sanctorum' (of Atziluth). Voor Spinoza is er maar één ding dat men onmiddellijk vatten kan, en dat is God. De qabalist voegt daaraan toe 'als Demiurg', d.w.z. begrijpt de Kosmos als Zijn Schepping zonder evenwel God en Kosmos identiek te denken. Spinoza's pantheïsme (en 'verborgen' panentheïsme ?) verschilt duidelijk van het panentheïsme verdedigd in SY. Hierin is God gelijk aan Kosmos voorzover Hij (altijd) is wat Hij is (Kether), d.w.z. één Demiurg, maar verschilt Hij daarvan door een eenvoudige vol-ledigheid die de mens altijd zal ontgaan en die onuitspreekbaar is (0).

Hier botsen we tegen de uiterste limiet van de intuïtieve kennisvorm zelf. God kan niet begrepen worden. Daar is méér voor nodig dan begrip ...